Messinia het echte Griekenland

Messinia is het meest zuidelijke deel van de Peloponnesos. Het klimaat is hier mild en ook 's winters zijn er flink wat zonne-uren, zo'n vier uur per dag. Als er 's winters regen valt, wordt die bewaard in ondergrondse rivieren en bronnen. Messinia is dan ook zeer vruchtbaar. De bomen en planten geven hier blijk van die vruchtbaarheid. Uitgestrekte zandstranden en rotsachtige kusten wisselen elkaar af en zorgen samen met het bergachtige achterland voor een indrukwekkend landschap. De karakteristieke dorpen met hun bewoners dragen bij aan een rustgevende sfeer. Al in oude tijden heeft men dit land kennelijk weten te waarderen. Verspreid door heel Messinia zijn de bouwwerken of restanten daarvan terug te vinden.
De kaart van de Peloponnesos ziet er een beetje uit als een grote hand met drie vingers en een duim. De meest linkse vinger is de provincie Messinia. De middelste vinger heet Mani, maar deze naam duidt niet een bestuurlijk, maar een landschappelijke gebied aan. Het noordwestelijke deel van Mani, tot de plaats Areópoli, hoort bij de provincie Messinia. Dit stuk heet Exo-Mani, hetgeen Buiten-Mani betekent. Het zuidelijke en oostelijke stuk van deze 'vinger' hoort bij de provincie Lakonia. Het heet Mèsa-Mani (Binnen-Mani). Er is een groot verschil tussen het landschap van Binnen- en Buiten-Mani. Net als het westelijk schiereiland van Messinia is Buiten-Mani zeer rijk aan planten- en bomengroei. Het is een zeer vruchtbare streek. Dit is dan ook dé olijf(olie)producent bij uitstek. Mèsa-Mani daarentegen is kaal, ruig en onherbergzaam. Maar juist die wilde schoonheid maakt dit landschap zo boeiend. Van oudsher is ook dit schijnbaar zo mensonvriendelijke deel van Mani bevolkt geweest. Sommigen beweren dat de bevolking hier op dit landschap is gaan lijken: stug, koppig en onverzettelijk.
De mensen van Binnen-Mani vinden van zichzelf dat zij eigenlijk de echte Manioten zijn. De onver-
schrokken nakomelingen van het Sparta uit de Oudheid. Zij wijzen er met gepaste trots op dat géén van de vroegere onderdrukkers, Romeinen, Byzantijnen, Venetianen, Franken of Turken, ooit écht de baas geworden is in dit stukje Griekenland. Ook de Kerk kreeg hier pas bijna duizend jaar later voet aan de grond dan in de rest van Griekenland. De mensen hebben zich in dit onvruchtbare gebied eeuwenlang in leven kunnen houden doordat de zee dichtbij was. Vis was altijd voorhanden. Verder hebben door de eeuwen heen, rijk beladen handelsschepen de Middellandse Zee doorkruist. Piraterij was een lucratieve bezigheid. De families die in de vroegere eeuwen de zeer weinige vruchtbare stukken grond van Mani bezaten, hadden meteen het gezag in het gebied. Opvallend in het landschap zijn de curieuze woontorens. Zo'n vierhonderd jaar geleden zijn de Manioten daarmee begonnen. Ze keken dat af van de vestingwerken die de Franken en Venetianen bouwden. Deze oude merkwaardige huizen zijn soms wel 20 meter hoog en hebben vaak vier woonlagen. Vroeger waren ze een statussymbool; de machtigste families hadden de hoogste torens.




