Zuid Kreta

Een ferme uitspraak, maar de Kretenzers beweren dat in het zuiden van Kreta de zon 300 dagen per jaar schijnt.
Men kan zich voorstellen dat het hier dus goed toeven is. Natuurlijk heeft deze zon niet de kracht van de zomermaanden, maar de stralen zullen zeker zorgen voor een aangenaam verblijf op een terras bij een kafenion of uit de wind op een van de vele kleine stranden die de zuidkust van Kreta rijk is. Ook de natuur zal zich laten koesteren door de warmte van de stralen van de zon. De berghellingen en kloven zijn hier steeds bedekt met een flinke groene waas. De hele winter door lijkt de natuur niet in een diepe winterslaap te zijn, maar waakzaam om te ontluiken. Daarom is dit gebied ook in de wintermaanden zo aantrekkelijk voor het maken van een tocht per auto. Eindeloze wegen leiden langs en over bergen en kloven met al hun pracht en praal. De bewoners zitten voor hun huisjes in de dorpen en genieten van de rust die Kreta in de wintermaanden biedt. Een bezoek aan een lokale taverne of kafenion is dan ook een waar walhalla voor de Griekenlandliefhebber. Tussen de bevolking zitten en deelnemen, desnoods met handen en voeten, aan de levendige discussies over de situatie in de wereld.

Zuid-Kreta kent een eigen variatie van plantengroei. Door de geïsoleerde ligging van het eiland, zijn vele gewassen, ooit daar gebracht door pioniers, door de eeuwen heen uitgegroeid tot een eigen soort. Zo groeit hier bijvoorbeeld de Kretenzische esdoorn (Acer creticum) en de Tulipa cretica, die sterk op onze klaproos lijkt. De hellingen van de bergen zijn rijkelijk begroeid met diverse kruiden, die onder andere worden gebruikt voor het maken van de zogenaamde bergthee. Niet te vergeten zijn de vele kloven die Zuid-Kreta kent. Zij vormen een uitdaging voor de avontuurlijke wandelaar.
De natuur laat zich ook in de wintermaanden van zijn beste kant zien. Daarom is wandelen in deze tijd een prima bezigheid om alles van dichtbij te bekijken. Slechts geiten zullen de wandelaars met hun gemekker uit hun mijmeringen halen. Vervolgens in een dorpje neerstrijken bij het plaatselijke kafenion om te verdwalen in de gastvrijheid van de bevolking aldaar. Afsluiten in een taverne met een fasouláda, de veelal huisgemaakte bonensoep, en men voelt zich als een Griek met de Grieken.
De diverse bezienswaardigheden in deze omgeving zullen alleen door u bezocht worden. U heeft het rijk alleen en daardoor kunt u al uw aandacht richten op de rijke geschiedenis van het eiland. Zo is er het kasteel van Frangokástello, het klooster van Prèveli en de opgravingen van Górtys en Festós die de historie laten herleven.




