Pirgi



 Het dorp ligt vijfentwintig kilometer ten zuiden van Chios-stad. De geur van de mastiek en van de trossen zongerijpte tomaatjes aan de gevels, de vele historische bouwwerken en de typische xistá maken van een bezoek aan Pirgí een indrukwekkende ervaring.

Xistá
Vaak wordt het woord pittoresk ten onrechte gebruikt, waardoor de ware betekenis vervaagd is. Pirgí is echter met recht pittoresk tot in haar grondvesten. Dit grootste, middeleeuwse dorp is grotendeels gedecoreerd met xistá, Grieks voor gekrast. Vele gevels zijn namelijk voorzien van typische, decoratieve motieven volgens een speciale techniek. Op de te decoreren muur wordt een mengsel van zeezand, kalk en cement aangebracht waarna het hele oppervlak met witte kalk wordt bedekt. Vervolgens is het een precisiewerk om de motieven zodanig in te krassen dat de verschillende lagen en details intact blijven. Als laatste worden met een vork bepaalde plekken van de kalklaag weggekrast zodat de oorspronkelijke donkere onderlaag tevoorschijn komt. In deze xistá zijn drie verschillende periodes te onderscheiden: eerst vierkanten en schuine ruiten, later afbeeldingen van planten en dieren in meerdere kleuren en tenslotte minder kleurrijke en simpelere voorstellingen van nu.

 De structuur van het dorp
Het dorp staat prominent als mastiekdorp te boek. En dat betekent dat het in historisch opzicht zeer interessant is. Er zijn sporen zichtbaar van de stenen ommuring van vier hoektorens die het dorp eens moesten beschermen. De huizen daarbinnen vormden een soort vierkant ingesloten nederzetting met dicht op elkaar staande huizen. De huizen aan de buitenste rand van het dorp waren verstoken van deuren of ramen aan de buitenzijde en stonden zó dicht op elkaar dat ze een ononderbroken muur vormden. Aaneengeklonken, smal en veelal twee hoog worden ze door nauwe straatjes van elkaar gescheiden. De bovenverdiepingen van de tegenover elkaar staande huizen zijn vaak verbonden door brugachtige bogen of overdekte koepels die extra kamers vormen. Dit heet skepastá. Deze stelden de bewoners in staat om bij dreigend gevaar zich via het dak te verplaatsen naar elk willekeurig punt van het dorp. Er waren maar twee ingangen tot het dorp. Dit waren de zware ijzeren deuren aan de oost- en de westkant die iedere avond gesloten werden. In geval van gevaar gaven de wachters die geposteerd stonden op de hoektorens de bevolking vuursignalen. Op deze manier werden ook de mensen gewaarschuwd die op het land aan het werk waren. In het midden van Pirgí stond de Pýrgos, de achttien meter hoge toren waaraan de plaats haar naam ontleende. Dit was het centrum van verdediging en bestuur. Helaas heeft de aardbeving onherstelbare schade toegebracht aan een kant van de toren. Gelukkig staan in het dorp nog vele oude en interessante kerken die gespaard bleven.

Voor meer informatie en foto's van Pirgí, klik hier.


Terug naar het begin van de pagina