De Zagoria dorpen



In het noorden voorbij Ioánnina, richting Konítsa, doemt al snel de Smólikas, de hoogste top van het Píndos-gebergte, op. Dit is het begin van het Nationale Park Víkos-Aóos. Niet alleen vanwege de prachtige natuur is deze omgeving zo aantrekkelijk. Ook de dorpen in dit gebied zijn zeer indrukwekkend. Ze zijn bekend onder de naam Zagória-dorpen.

 Het Slavische woord Zagori betekent letterlijk achter de bergen. Sinds vroeger tijden wonen er mensen in dit vrij ontoegankelijke gebied. Momenteel zijn er nog zesenveertig dorpen in deze streek bewoond die de karakteristieke architectuur van weleer behouden hebben. Deze typische dorpen worden gekenmerkt door huizen, waarvan zowel muren als daken gemaakt zijn van opeengestapelde platte stenen. Het is een soort leisteen, het zogenaamde gneis, dat in deze omgeving volop te vinden is. Niet alleen de huizen, maar ook de kerken, dorpspleinen en zelfs de geplaveide dorpsstraten zijn vervaardigd van dit leisteen. Door de enigszins grijze kleur van dit materiaal lijken de dorpen soms volledig geabsorbeerd te worden door de enorme berg¬hellingen waartegen ze gebouwd zijn. Uniek in dit gebied zijn de boogbruggen die de bewoners vele eeuwen geleden over de geulen en rivieren wisten te bouwen van losse stenen. Ze moesten wel, om de bergpaden ook ‘s winters begaanbaar te houden. De beken groeiden dan namelijk uit tot woest stromende rivieren.

 Ook werd er dikwijls onder aan de brug een klok geplaatst. Als de klok door de wind tot luiden werd gebracht, betekende dit dat de overgang gevaarlijk was. Door de harde wind of storm liep de gebruiker van de brug het gevaar in de rivier geblazen te worden. Een foto van de meest bekende brug met drie bogen bij het dorp Kípi prijkt in veel reisgidsen. Niet alleen de architectuur, maar ook de sfeer en de manier van leven, lijkt van jaren terug te zijn. Men waant zich hier in lang vervlogen tijden.
In de winter was het hier vroeger vaak spookachtig en in het stikdonker van de avonden vertelden de mensen griezelverhalen over heksen, draken en monsters die huishielden in grotten en bergmeren. Er zijn twee van zulke meren die allebei Drakenmeer of Drakólimni heten. Het ene ligt op de berg Smólikas, het andere op de Gamíla. De legende verhaalt dat in beide meren een draak leefde, die elkaar voortdurend treiterden. De ene gooide hele boomstammen naar de andere en die smeet grote rotsblokken terug. 



Métsovo
Aan de andere kant van de Katára-pas richting het oosten ligt het hoog gelegen dorp Métsovo. Het hele dorp is een museum. Men loopt hier nog regelmatig in de traditionele klederdracht. Net als in de Zagória-dorpen zijn de daken van de oude huizen gemaakt van leisteen. Van tal van huizen straalt het rijke verleden af. Ooit hadden de bewoners van Métsovo bepaalde handelsprivileges. Het dorp lag erg gunstig aan de verbindingsroute van Épiros naar Thessalía. Vanaf hier is het gemakkelijk door te gaan naar Kalambáka om de indrukwekkende Metéora-kloosters te zien. Deze zijn gelegen boven op de hoogste toppen van reusachtige steenklompen.

Megálo en Míkro Pápingo
Oftewel Groot en Klein Papingo liggen in het westen van dit gebied. Deze twee dorpen zijn schitterend gelegen, in de buurt van het 2437 meter hoge Ástraka-gebergte. De toppen van deze berg worden ook wel de Torens van Papingo genoemd, die aan het landschap een unieke grootsheid geven. Vanuit beide dorpen zijn mooie wandelingen te maken naar de berghut op de pas van de Ástrakas (hoogte 1950 m, 3 uur) en naar het Drakenmeer (hoogte 2100 m, 5 uur). De loopafstand tussen beide dorpen, via een oud pad, bedraagt ongeveer 45 minuten.
Megálo Pápingo heeft enkele tavernes en een kafeníon. Míkro Pápingo kent één taverne.

       

Áno Pèdina 
Zoals eerder omschreven kent het Zagória-gebied zesenveertig dorpen met het specifieke karakter van deze omgeving. Áno Pèdina is hier een van. In dit sfeervolle dorp bevindt zich het Evangelístra-klooster, dat nog steeds bewoond wordt door vier nonnen. Als men een bezoek brengt aan dit klooster, zal de Engels sprekende non graag en veel vertellen over het leven in en de geschiedenis van het klooster. In Áno Pèdina bevindt zich een school waar men een opleiding kan volgen in de traditionele weefkunst en het vervaardigen van vloerkleden.
Vanuit dit dorp leiden schitterende wandelpaden u, in ongeveer een uur lopen, naar de dorpen Monodéndri en Elafòtopos.
In Áno Pèdina zijn drie tavernes en een kafeníon, waar men in alle rust een heerlijke maaltijd kan gebruiken of genieten van een drankje. Indien men hier aanschuift, komt men helemaal in de sfeer van het Griekse leven. Met gebruik van handen en voeten is het vermakelijk te discussiëren met de lokale bevolking van het dorp.

In Áno Pèdina biedt Ross Holidays de volgende accommodatie: Huize Amèliko.


Terug naar het begin van de pagina