Op weg naar het zuiden van Kythira

Vanaf Potamós naar het zuiden liggen in eerste instantie nog vele kleine dorpen en Byzantijnse kerken op de route. In de dorpen Frilingkiánika, Kastrisiánika en Aloiziánika staan veel oude huizen, die alle nog in de authentieke stijl van de specifieke architectuur van Kýthira behouden zijn.
Het gebied ten oosten van deze dorpen bestaat voornamelijk uit vrij ruige en kale vlakten. Hierdoor is dit ook het meest onbewoonde deel van het eiland, maar daarom zeker niet minder interessant.
Op weg naar het havenplaatsje Diakófti ligt het klooster Agía Mòni uit 1840. Stil en verlaten ligt dit klooster boven op een berg met een geweldig uitzicht over de kust en bij helder weer zelfs over het aan de overkant liggende vasteland van de Pelopónnesos. Het klooster is ter ere van de Heilige Maagd Maria gebouwd. Ieder jaar komen hier vele gelovigen op 6 augustus naar toe om de naamdag van de gelijknamige beschermheilige te vieren. Vervolgens blijven velen de opeenvolgende vijftien dagen in het klooster om gezamenlijk te bidden en te vasten. De weg eindigt bij Diakófti, dat beschikt over een mooi zandstrand met azuurblauwe zee en verkoeling brengende bomen. In de buurt daarvan is de grot van Gousti.
De zuidelijker liggende plaatsjes Paliópoli en Avlèmonas trekken veel bezoekers. De mooie ligging en de sfeer die deze dorpen uitstralen zijn hier debet aan. Avlèmonas is een pittoresk dorp aan de kust met befaamde tavernes die een goede onderbreking vormen voor een tocht over het eiland. De vers gevangen vis wordt hier aangeboden en een lunch op een van de terrassen is een aanrader. Op de kop van de baai staat de ruïne van een Venetiaans kasteel. Bij de restanten van de muren kan men de kanonnen en het Venetiaanse wapenschild ontdekken. In de baai van Avlèmonas zijn vele schepen vergaan. Hier is in 1802 het schip van de Engelse Lord Elgin met gestolen marmer van het Párthenon gezonken. Nog steeds beweert men dat er op de bodem van de zee veel schatten liggen.
Richting het mooie, lange strand van Paliópoli passeert u de bron van Afrodíti. Volgens de mythe is dit de plaats waar deze godin van de liefde geboren werd uit de zee. Dichtbij Paliópoli ligt, verscholen tussen twee rotsen, de prachtige baai van Kaladí.

Zo kaal en ruw als het oosten is, zo groen en lieflijk is het westen van het centrale deel van Kýthira. De meest interessante bezienswaardigheden van deze kant van het eiland zijn gelegen rondom het dorp Milopòtamos. Net buiten het dorp ligt het oude dorpsgedeelte Káto Chóra met de ruïnes van een Venetiaanse nederzetting uit 1545. Dit was destijds een veilige thuishaven voor zo'n vijftig families uit Kreta en Cyprus die door aanvallen geteisterd werden. Hier zijn nog in goede staat verkerende overblijfselen van woonhuizen, gedeeltes van de kasteelmuur en enkele Byzantijnse kerken te zien. Bij de ingang van de nederzetting bevindt zich het symbool van Venetië: de leeuw van Sint Marcos. Zelfs nu lijkt het alsof hij nog steeds waakt over deze plaats. Vanuit Káto Chóra leidt de weg na twee kilometer naar de grot van Agía Sofía. Gedurende de zomermaanden is deze grot onder begeleiding van een gids te bezichtigen.
Vanaf het dorpsplein van Milopòtamos gaat een pad naar de waterval Fónissa, welke verscholen ligt tussen de bomen. De kleuren van het invallende licht op de waterpartij geven een verrassend schouwspel. De rust die van deze plek uitgaat, is onvoorstelbaar. Met een beetje geluk trakteren de kikkers de bezoeker op een daverend kwaakconcert.




