Centraal en westelijk Lesbos

Het andere grote deel van Lesbos wordt gevormd door het westen van het eiland. In het midden van het eiland is alles nog groen en weelderig begroeid. Een tegenstelling vormt het westen van het eiland. Dit is vulkanisch van oorsprong en daardoor kaal, maar niet minder indrukwekkend.

In het midden van het eiland ligt het wederom traditionele plaatsje Agía Pareskeví. De statige herenhuizen zijn gebouwd volgens de typische architectuur van Lesbos. Het dorp staat bol van tradities en gebruiken. Zo wordt ieder jaar het zogenaamde stierenfeest gevierd. 50 dagen na Pasen loopt men met een versierde stier door het dorp waarna het geofferd wordt. De bevolking doet zich te goed aan het gezamenlijk bereide eten en de muziek. Ook de paardenrennen trekken dan veel bekijks. Een kilometer of drie buiten Agía Pareskeví zijn in Klopèdi de restanten te bewonderen van een tempel gewijd aan de god Apolon. Aan de oostelijke kant wordt het dorp geflankeerd door Chalinádos waar zich de restanten bevinden van de basiliek Ágios Geórgios.
Boven in de kop van de baai van Kalloní ligt het gelijknamige plaatsje. Of liever gezegd, het gelijknamige plaatsje ligt een paar kilometer landinwaarts en zoals gebruikelijk in Griekenland, heeft zich aan de kust een dorp met dezelfde naam, met Skala ervoor, ontwikkeld. Zoals al eerder geschreven kent deze baai een veelzijdige fauna en flora. Voor de vogelliefhebbers valt hier veel te spotten. Door de beschutte ligging van de baai is het water visrijk. Men zegt dat de sardines uit de baai van Kaloní de lekkerste van de wereld zijn. Dit zou te wijten zijn aan het hoge mineralengehalte van het water van de baai. De ingang van de baai naar de open zee is zo smal, dat hier bijna geen sprake meer is van een baai maar meer van een binnenzee. Begin augustus viert men in Kaloní het Sardinenfeest. Een heel weekend lang vloeit de ouzo rijkelijk, worden de sardines op straat gegrild en gegeten en wordt het geheel opgeluisterd door folkloristische zangers en dansers. De rest van het jaar zijn de sardines hier ook in overvloed te vinden op de lokale menukaarten. In het oude dorp, maar ook langs het uitgestrekte zandstrand langs de baai zijn vele vistavernes.

Op Lesbos zijn veel kloosters. Deze zijn voornamelijk op het centrale deel van het eiland gebouwd. Een aantal worden nog steeds door monniken of nonnen bewoond en zijn ook deels te bezichtigen. Het Limónos-klooster (1523) kent een mannenbevolking. Deze laten zich echter maar heel beperkt zien. Wel verzorgen zij de pauwen die hier rondlopen en het hele landgoed. In de kerk binnen de kloostermuren heeft men geen centimeter aan de binnenzijde onbeschilderd gelaten. Helaas is dit alleen door de mannelijke bezoekers te bevestigen. Dames zijn hier in de kerk niet toegestaan. In een van de vleugels van het klooster bevindt zich een museum met kerkelijke voorwerpen, maar ook oude habijten en zegelringen van kerkvorsten zijn hier te zien. Indien men aan het begin van het landgoed uitkijkt over het gehele gebied, ziet men verspreid over het terrein wel vijftig kleine kapellen staan. Een ander klooster direct in de buurt is het klooster van Mirsinniótissa, wat door twee nonnen bewoond wordt. Dat hier vrouwenhanden de scepter zwaaien is direct bij binnenkomst zichtbaar; de binnentuin is vol met bloemen en goed onderhouden planten. Andere kloosters op Lesbos zijn het Periviólis-klooster op de weg naar Antíssa. Het stamt uit de 16e eeuw en heeft oude iconen. Het oudste klooster van Lesbos is het Ypsilóu-klooster. Dit ligt boven op een berg op de route van Antíssa naar Sígri. Het werd gebouwd tussen 800 en 1100. Het herbergt enige zeer oude manuscripten. Vanaf de top van de berg is het uitzicht naar alle kanten groots. Tijdens dit religieuze rondje door het centrale en westelijk deel van Lesbos is het goed te pauzeren in een van de vele dorpen die dit gebied kent. Onder de platanen op het dorpsplein van Antíssa, of in de schaduw van Vatóussa, het doet er niet toe. Allemaal prima plaatsen om de kerkelijke schoonheden te verwerken.





