Op weg naar het zuiden

Op weg naar het zuiden
Het zuidelijke schiereiland wordt beheerst door het Ólympos-gebergte. Dit niet te verwarren met het gelijknamige gebergte op het vasteland. De hoogste top bereikt op Lesbos een hoogte van 936 meter. De hellingen zijn rijkelijk begroeid met diverse boomsoorten en verscholen traditionele dorpen.
Vanuit Mytilíni naar het midden van dit schiereiland passeren we het dorp Asómatos, gelegen tegen de helling van het gebergte. Dit dorp is een van de meest traditionele dorpen van Lesbos. De huizen zijn gebouwd volgens de traditionele Lesbische bouwstijl en worden gekenmerkt door de zogenaamde sachnisinia oftewel houten, uitpandige, overdekte balkons. De oorsprong hiervan is ontstaan vanwege de grote hoeveelheid aanwezig hout, voornamelijk van de olijf- en kastanjebomen. Ook wordt het ambacht van houtsnijkunst veelvuldig uitgeoefend op het eiland. Zo zijn de traditionele opbergkisten vaak een prachtig stuk kunstwerk en in veel van de huizen terug te vinden. De beeldhouwkunst, weefkunst en de mandenvlechtkunst zijn eveneens bekende am-bachten van het dorp. Asómatos is ook beroemd vanwege zijn paximádia, een soort dikke beschuiten.

Agiássos
Een andere traditionele plaats is het stadje Agiássos. Dit is na Mytilíni samen met Plomári verder naar het zuiden, de grootste woongemeenschap van Lesbos. Het is gelegen aan de voet van de Ólympos-berg. Ook hier worden de nauwe en pittoreske straatjes opgesierd door traditionele huizen met de typisch Lesbische houten balkons. De straatjes worden gesierd door waterbronnen die met regelmaat voorzien zijn van marmeren kranen. Houtsnijwerk en pottenbakkerij zijn hier nog veelvuldig uitgevoerde ambachten. De keramiek van Agiássos heeft in Griekenland een vergaande faam. In het dorp is een folkloremuseum dat een goed beeld geeft van het leven van de mensen van Lesbos
De stad is feitelijk gebouwd rondom de kerk van Panagía tis Agiassiótissas. Hierin bevindt zich de icoon van de Heilige Maagd Maria met kind dat in 803 hier gebracht is vanuit Jeruzalem door de monnik Agathón. Deze wordt nog steeds door vele pelgrims bezocht met als hoogtepunt 15 augustus. De pelgrims lopen de hele route vanuit Mytilíni om boete te doen voor hun zonden. Tijdens de Turkse overheersing werd Agiássos door de Sultan ontheven van de verplichting belasting aan hun bezetters te betalen. De Heilige Maagd Maria zou genezing geschonken hebben aan een Turkse machthebber.
Het carnavalsfeest kent een rijke traditie in deze plaats. Nog steeds wordt dit ieder jaar grootst gevierd en verkleden de mensen zich in bonte pakken en schminken hun gezichten met roet. Tegenwoordig wordt de optocht opgeluisterd met praalwagens, vaak met politiek getinte thema's.

Het Ólympos-gebergte is een beschermd gebied en staat bekend om de uitzonderlijk mooie, natuurlijke schoonheid. De hellingen zijn rijkelijk begroeid en bood in het verleden goede bescherming tegen de piraten. De dorpen liggen dan ook verscholen op de hellingen, in valleien en groeven. Het gehucht Kariní, op de route van Mytilíni naar Agiássos, is het vermelden zeker waard. Het is een kleine nederzetting met een waterbron, waar de platanen bescherming bieden tegen de zon. De holle boom op het pleintje zou enige jaren de woonplaats geweest zijn van de kunstenaar Theófillos.
De berg verder naar het zuiden volgend, leidt de route naar Ambelikó. Dit dorp kent een karakteristiek dorpsplein, een oude vierkante toren en de kerk van Ágios Nikólaos. Andere dorpen van belang zijn Akrási, Neochóri en Megalochóri. Vooral het laatste dorp heeft een uitzonderlijk karakter. Het dorp is namelijk gebouwd tegen zeer steile hellingen en dit gebied wordt daarom ook wel het Zwitserland van Lesbos genoemd.




