Het westelijk schiereiland



Het grootste deel van Messinía ligt op het westelijk schiereiland. Buiten-Máni, dat tot deze provincie behoort, bevindt zich in het noordelijk deel van het middelste schiereiland. Kalamáta, het bestuurscentrum van deze provincie, ligt er keurig tussenin. De naam Kalamáta betekent goede ogen. Deze naam heeft de stad circa 800 jaar geleden gekregen, omdat in een klooster op deze plek een oude icoon hing waarop Moeder Maria stond afgebeeld die met mooi geschilderde ogen de wereld vol liefde bezag. 

 Hoewel Spárti verder naar het oosten ligt, brengen wij graag de weg, over het Táïgetos-gebergte, vanaf Kalamáta ter sprake. Deze weg is zestig kilometer lang en men zegt dat het de mooiste weg van de Pelopónnesos is. Maar we hebben het hier over het westelijk schiereiland en gaan dus de andere kant op, richting Messíni met een aardig uitzicht. De ruïnes van de oude stad Messène, ook wel Ithómi geheten, zijn interessant. Deze opgravingen liggen ruim twintig kilometer ten noorden van Messíni. Dat er ook een stad Messína op het Italiaanse eiland Sicilië ligt, is niet toevallig. Omstreeks 400 v.Chr. voerde Spárta oorlog met de Messiniërs. Deze vluchtten en kwamen op Sicilië terecht waar zij hun naam aan de nieuwe woonplaats gaven. Ten zuiden van de lijn Pílos-Messíni bevinden zich vele kleine stranden aan de oostkust en twee machtige forten op de punten Koróni en Methóni.



 Het binnenland is heuvelachtig met veel velden en het boerenstadje Kallithéa als middelpunt. Van Rizómilos tot Néa Koróni loopt de slingerende weg langs zee. De stranden langs deze route zijn uitnodigend. Het panorama op het Táïgetos-gebergte is indrukwekkend. Petalídi is de grootste plaats langs de kust. Hier lag in de oudheid een stad die Koróni heette. Petalídi heeft de kleinste vismarkt van Griekenland. Vanuit Chráni komt men in Ágios Andréas, een badplaats met dorpsallure vlakbij Lónga. Van daar leidt de weg door weelderig begroeide heuvels met vergezichten over zee naar Kallithéa. Het ligt langgerekt op de top van een heuvel en tractors vormen er een groot deel van het lokale wagenpark. Dan komt de westkust in zicht in de omgeving van Pílos. Een andere interessante plek in dit gebied is de kustplaats Finikóunda. Het ligt eenentwintig kilometer van Koróni en veertien kilometer van Methóni. Jarenlang was het een idyllisch oord met een handvol huizen en tavernes aan een zandstrand. Intussen is het dorp populair geworden.

 Het heeft de bijna vervlogen romantiek nog kunnen vasthouden. Tussen Pílos en Chóra zijn de beroemde opgravingen van het paleis van koning Nestor te bewonderen. Ze zijn pas een jaar of zestig geleden ontdekt. Nestor was, naar men altijd aannam, een mythologische figuur die dus niet werkelijk geleefd zou hebben. Volgens het oude godenverhaal Ilias zou hij samen met de wellicht meer bekende Odysseus gestreden hebben tegen de stad Troje. Bijna honderd jaar geleden hebben geleerden aangetoond dat er in de oude mythologische verhalen wel een kern van waarheid zat. Zo ontdekten Amerikaanse archeologen dat Nestor heus bestaan heeft en hier bij Chóra in een schitterend paleis woonde.


Terug naar het begin van de pagina