Een eerste indruk van Pilion

Pílion is volgens de legende het zomerverblijf van de twaalf goden van Ólympos. En wij kunnen hen enkel groot gelijk geven in hun keuze. We zouden bijna zeggen dat diegene die vakantie in Pílion viert zich als ‘God in Griekenland' voelt.
Een Griekse bezoeker van Pílion schreef:
"Ik ben wel op meer prachtige plaatsen geweest, maar nooit eerder en nergens anders onderging ik de unieke samenhang van zo veel groen en blauw met de wildheid van de natuur en de eindeloosheid van de zee. Ik doe mijn ogen dicht, het ruisen van de eeuwige branding glijdt over mij heen, de geur van het zand neemt bezit van mij. Ik voel, ik voel..., ja wat voel ik? En welke van mijn zintuigen komen niet in vervoering bij wat ik hier waarneem? Ik moet teruggaan naar Vólos. Daar zal mijn reis beginnen door Pílion. Ik wil ronddolen door dat land van de Centauren. Vanaf Makrinítsa ga ik neerkijken op de talloze twinkelende lichtjes die de contouren van de Pagasitische Golf aangeven. Ik zal boven mij, aan de hemel, het nog veel talrijkere aantal flonkerende lichten zien. Ik weet hoe moeilijk het zal zijn, mijn ogen los te rukken om te gaan slapen."
Het Griekenland van weleer
Het gebied is vernoemd naar de berg Pílion, waarvan de hoogste top 1618 meter is. We treffen deze berg in het noorden van dit schiereiland aan. Veel Grieken associëren het gebied met deze berg. Begrijpelijk, want vooral in de winter brengen zij hier een vrij weekend door. Maar Pílion is veel meer dan de berg. Eén van de grote aantrekkelijkheden van Pílion is, dat er zoveel variatie in natuur en dorpen is, dat de bezoeker steeds weer verrast wordt door een geheel ander beeld en bijbehorende sfeer.
Voor de wandelaar is het gebied ideaal; er is een netwerk van wandelpaden, dat steeds uitgebreid wordt met nieuwe routes. Hierdoor kunnen de bezoekers onbekende, verborgen plekjes ontdekken.
Pílion is een vrij onbekend gebied bij Nederlanders en in het bijzonder Grieken zelf brengen hier hun vakantie door. Dit brengt met zich mee dat dit gebied nog niet erg ontwikkeld is qua toerisme en hier nog tal van plaatsen zijn waar het heerlijk rustig is. Het beeld van het noorden wordt overheerst door het grote gebergte Pílio met uitlopers richting het zuiden. Gedurende de wintermaanden ligt hier sneeuw op de bergen en het gehele jaar door stromen hier klaterende watervallen. In hartje zomer is het hier overheersend groen en koeler dan aan de kust. De dorpen op en rondom deze berg, met hun bijzondere huizen, passen hier zo goed in het landschap dat het lijkt of ze er, samen met de vele bomen, geplant zijn. Door hun authentieke architectuur zijn het ware openluchtmusea.
Verder naar het zuiden wordt men verrast door het grote contrast in natuur vergeleken bij het bergachtige noorden. Hier wordt het vlakker, maar daarom niet minder mooi. Het landschap is heuvelachtig en soms doet het zelfs een beetje Toscaans aan door de vlaktes met hun hoge, statige cipressen. In het voorjaar zijn de glooiende hellingen bezaaid met gele bloemen, dat deze streek een heel aparte sfeer geeft. De dorpen in dit gebied zijn anders qua architectuur dan de Pílion-dorpen, ze zijn robuuster. Een prachtig voorbeeld is het bergdorp Láfkos waar op het grote plein het dorpsleven voelbaar is.
De zuidpunt heeft een heel andere sfeer. Hier is het gebied van oost naar west op zijn smalst. Aan zowel de west- als de oostkust bevinden zich gezellige plaatsen met meerdere faciliteiten. Maar ook tal van pittoreske havendorpjes waar men gezeten op een muur, vaak in gezelschap van de dorpsbewoners, heerlijk kan wegdromen bij de kabbelende zee of de bedrijvigheid van de vissers kan bekijken.
De sfeer van vervlogen tijden, de prachtige natuur en de gezellige dorpen zal een ieder zeker bekoren. In Pílion treft men het Griekenland van jaren geleden aan met de bijbehorende charme.




