De zuidpunt van Pilion

Nog niet zo lang geleden eindigde de weg langs de westkant van Pílion bij Milína. Nu is die weg doorgetrokken tot de uiterste zuidpunt van het schiereiland. Het is de moeite waard vanaf Milína deze, tweeëndertig kilometer lange, weg naar het bergdorp Tríkeri te rijden.
De route gaat langs verscholen baaien om uiteindelijk te eindigen in Tríkeri. De witte huizen springen al snel in het oog. De vroegere bewoners waren sponzenduikers, vissers en zeemannen. Ook nu is de invloed van de zeelui nog duidelijk merkbaar in de sfeer en huizenbouw.
Het haventje van Tríkeri ligt iets verderop en heet Agía Kyriakí. Op de uiterste zuidpunt hangt een echte eilandsfeer en lijkt de tijd stil te hebben gestaan. Dit is vooral te danken aan het handjevol huizen dat het plaatsje telt en rondom de haven gebouwd is. De tavernes aan zee hebben iedere dag verse vis. Als de kaïk aan komt varen, kan men vanaf het terras zo de vis aanwijzen die men wil verorberen.
Via Láfkos gaat een weg het binnenland in, richting de zuidoostkust van het schiereiland. De keuze zal moeilijk zijn omdat zowel de stranden van Katigiórgis en Kastrí als die van Plataniás en Mikró prachtig en ongerept zijn. Katigiórgis is een klein vissersdorp pal tegenover Skiáthos en heeft meerdere idyllische stranden. Op het strand van Kastrí is niets anders te horen dan het ruisen van de zee. Vanwege de bogazi, een wind die hier in de zomermaanden waait, is het hier goed surfen. Plataniás heeft een maanvormige baai met een pier voor jachten en vissersboten. Hier kan men lekker eten en het strand en de zee zijn uitnodigend. Een wandeling van tien minuten over het pad langs de zee leidt naar het zandstrand van Mikró, dat groter is dan de naam doet vermoeden.

Pílion en de archontiká
Eén van de aantrekkelijkheden van Pílion is de hoeveelheid kleine dorpen met de typische huizen van deze streek, archontiká genoemd. Met behulp van de Griekse Organisatie voor Toerisme en de Monumentenzorg worden de dorpen gerestaureerd en in bescherming genomen tegen vergaande bouwactiviteiten. Hierdoor bloeien deze dorpen de laatste jaren op en worden ze in ere hersteld. Deze archontikó-huizen zijn als een toren gebouwd en bestaan uit drie verdiepingen. De eerste twee verdiepingen zijn gebouwd van natuursteen afkomstig van de berg Pílio. Deze twee verdiepingen hebben dikke muren en weinig tot geen ramen. Vroeger deed de benedenverdieping dienst als opslagplaats voor voedsel en goederen. Een houten trap leidt naar de eerste verdieping, tampanas genoemd. Dit was destijds het woongedeelte voor de wintermaanden. In tegenstelling tot de eerste twee verdiepingen, is de bovenste veelal gemaakt van ander materiaal en aan de buitenkant voorzien van prachtige schilderingen.
Opvallend daarbij is de houten constructie die vanaf de vloer van deze etage ver uitsteekt. Deze verdieping heeft juist veel ramen waardoor het zonlicht naar binnen kan schijnen. Deze ruimte werd gebruikt als gasten- en zomerverblijf. Standaard op deze etage is de ruime zithoek met traditionele sofabanken, de ontas genoemd. De rijkdom van de eigenaren van deze archontiká is af te lezen aan de vaak prachtig beschilderde plafonds met houtsnijwerken. In sommige dorpen zijn tegenwoordig in deze archontikó-huizen musea ingericht en andere doen dienst als hotel. De kans om een kijkje te nemen in zo'n huis mag u zeker niet voorbij laten gaan.




