Een icoon uit Griekenland

De heer Nagtegaal maakte in 2013 een autorondreis door Noord-Griekenland. Hij bezocht het dorp Métsovo en had een bijzondere ontmoeting met meneer Talaris van wie hij twee iconen kocht. Met goede herinneringen in zijn gedachten besloot hij dit jaar nogmaals een bezoek te brengen aan Métsovo en de man op te zoeken. Tijdens een autorondreis door Oost-Macedonië en Thracië maakte hij een omweg hiervoor en lees onderstaand zijn verhaal.

Het Reisverhaal

Griekenland hoeft niet altijd het land te zijn van een groenblauwe zee, witte kerkjes en dobberende bootjes in een haventje. Dat zagen we vorig jaar toen we met de auto een tocht maakten door hoge groene bergen in het Noord-Westen van Hellas, de grens met Macedonië en Albanië was niet ver weg. Langs de eenzame bergwegen stonden borden met een wolf of een beer erop. Het was juni maar ‘s avonds zaten we binnen bij een open haard en deden een vest aan. Een beer zagen we niet, wel een overstekende schildpad.

Zo kwamen we in het bergdorp Métsovo, onderweg hadden we mooi weer, heldere magnifieke uitzichten over bergen en diepe dalen maar het was druilerig door laaghangende bewolking toen we door het dorp liepen. Door een onhandige beweging ging de poot van mijn zonnebril eraf toen ik die wilde opbergen en het schroefje verdween tussen de keitjes van de straat. In een portiek van een hotel stond een meneer naar ons te kijken en in redelijk Engels vroeg hij of hij ons kon helpen. Hij pakte de bril aan en via het hotel liep hij een naastgelegen winkel in die me nog niet was opgevallen, een juwelierszaakje. Heel snel had hij een schroefje en met een piepklein schroevendraaiertje uit het borstzakje van zijn colbert maakte hij het pootje weer aan de bril. Vriendelijke lach en het kostte niets zei hij.

We keken eens rond in de kleine zaak en boven een vitrine hingen een paar iconen waar ik belangstellend naar keek. De juwelier vertelde dat hij iconen voorziet van een bedekking in goud en zilver, het gezicht en handen van de afbeelding vrijlatend. Hij vond de interesse leuk en haalde er een paar van de muur en uit een schuifkast. We zouden de volgende dag naar Metéora gaan waar volgens mijn reisgids veel monniken iconen schilderen in stille afgelegen kloosters boven op een rots, dus was ik eigenlijk hier wat gereserveerd om verder te kijken. Ze waren echter buitengewoon mooi. En luister naar deze door ervaring wijs geworden reiziger, als je iets ziet onderweg dat je mooi vindt en misschien wel zou willen kopen, doe het dan, wacht niet en denk dat je het later wel ergens beter of goedkoper tegenkomt, meestal zie je het namelijk nooit meer! Deze iconen waren van een pracht kwaliteit en alleen op het bedevaarteiland Tinos waar we ooit een mooie verwierven, had ik een dergelijke kwaliteit gezien en natuurlijk bij gerenommeerde iconenhandelaren op diverse antiekfairs.

Er zijn oude en nieuwe iconen. Er bestaan oude boeken vol met originele afbeeldingen en die worden weer nageschilderd. In iedere periode ontstaan toch weer veranderingen in kleur of vorm. Het woord icoon komt uit het Grieks, van Eikona wat tekening, afbeelding of beeld betekent. ‘Vensters op de eeuwigheid ‘ worden iconen ook wel genoemd. Een mooie zin las ik eens: ‘een icoon is een trefpunt van het materiële en het bovenzinnelijke’. Een icoon wordt niet zomaar even geschilderd, de voorbereiding is heel belangrijk. De schilder brengt een tijd door in diepe bezinning, hij vast en leest religieuze teksten over zijn onderwerp. Het hout, dit kan bv. walnoot zijn, moet bewerkt worden. Aan de achterkant van het paneel, het paneel noemt men de skafto, kan een dwarsbalkje geschoven worden tegen het kromtrekken. Op de skafto komt een linnen bekleding met daarop in vele fijne laagjes organische lijm met water en krijt, die laag noemt de schilder de levkas. Op die levkas maakt de schilder een afbeelding in houtskool. De verf waarmee hij nu gaat werken wordt gemaakt door het mengen van hout, krijt, lijm, hars en tempera. Tempera is een mengsel van eierdooier, water en kleurpigmenten van minerale oorsprong. Ik heb gehoord dat die kleurpigmenten vandaag de dag ook wel eens uit een tube of potje komen. Werkt de schilder met bladgoud dan is dat het eerste dat hij aanbrengt, daarna begint hij met donkere kleuren en daarna lichtere. Uiteindelijk een vernis van hars. Griekse iconen worden vaak ‘gesigneerd’. Dan is het nog mogelijk om, zoals juwelier Talaris doet, de icoon te voorzien van een riza, een bedekking van edelmetaal. Ik heb de kunstvorm icoon losgekoppeld van de liturgie, natuurlijk voel ik me thuis bij het afgebeelde maar gebruik de icoon niet zoals veel gelovigen wel doen als medium naar het Hoogste. De icoon wordt trouwens niet aanbeden maar dient dus als intermedium.

In de winkel van meneer Talaris leggen we twee iconen van Joris, van de draak, Giórgios heet hij hier, apart en vragen meneer Talaris nog eens na te denken over zijn genoemde prijs terwijl wij gaan eten en gaan nadenken of we ze willen kopen. Toen we na een uur terugkwamen was het licht in de winkel aan, we moesten weer via het hotel de zaak in. Ooit kwamen er Albaniërs met een kalasjnikov door de winkeldeur vertelde meneer Talaris en sindsdien blijft de deur op slot. Inmiddels was ook broer Talaris komen kijken en werd het weer een leuk gesprek over iconen, over Athos waar ze goede contacten hebben, over een monnik die iconen schildert en over kerkmuziek. We krijgen thee met koekjes en we besluiten ieder een icoon te kopen voor een redelijke prijs. Mevrouw Talaris kwam met een bloem uit de tuin en de kleinkinderen mochten ook komen kijken. Ik kreeg ook nog 3 CD’s met Byzantijnse kerkmuziek.

Zij waren gelukkig, wij waren gelukkig en het was een prachtige ontmoeting. Nog gelukkiger werden we de volgende dag in Metéora. De rotsen waren groots, de kloosters lagen er prachtig bovenop. We waren er vroeg en zagen de toeristenbussen omhoog komen. Icon Workshop stond er aan de kant van de weg op een bord. Binnen was een soort supermarkt met schappen vol iconen. Ongure hebberige verkopers probeerden je aan te zetten tot een snelle aankoop. Hoge prijzen voor duidelijk opgeplakte heiligenplaatjes op een oud gemaakte plank. Een mevrouw zat bij een transistorradio met beatmuziek met een groene kwast op 5 iconen tegelijk iets in te kleuren, toen hetzelfde met een gele kwast. Handmade original Greek Icons made in Metéora. Een buslading Russen laadden hun mandjes vol.

Onze iconen hingen later in de Utrechtse gang te stralen en werden door veel bezoekers bekeken. Ik stuurde meneer Talaris diverse keren een mail met de vraag naar de schilder van zijn iconen. Onduidelijk stond er onderaan iets van Evangelio in Griekse letters. Geen antwoord van de heren Talaris. Wat jammer, ze waren zo hartelijk, zou dat alleen maar geweest zijn omdat we iets wilden kopen? Waren ze doorgewinterde handelaren?

Dit jaar wilden we nog eens naar Griekenland, een tocht door het Noord-Oosten, Tracië en Macedonië, het gebied van Alexander de Grote. Misschien ook wel naar Athos waar meneer Talaris zo enthousiast over vertelde. Hij kon heel makkelijk een ‘permit’ voor ons regelen had hij gezegd. Toen ik hem daarover mailde kwam ook daarop geen antwoord. Met veel gezoek op internet kwam ik toch bij een permitbureau en we meldden ons 6 maanden voor aankomst aan en ik telefoneerde 2x met ene Giórgos over onze paspoortnummers. Ik maakte foto’s van onze iconen en wilde op Athos navraag doen naar de schilder, Kuifje als Poirot naar Athos.

Het bleek toch allemaal wat moeilijker te zijn dan het in eerste instantie leek. De weg naar Athos was smal en bochtig en nam veel tijd. Tot Ouranopoli kan je nog met de auto reizen, vandaar is het heilige schiereiland alleen per boot te bereiken. De mevrouw van het hotel in Ouranopoli is een en al hulpvaardigheid, ze verbaast zich wel over onze slechte voorbereiding en ik schaam me diep dat het ook zo is. Onze permit moet bij een kerkkantoor omgezet worden in een visum, zij zal dat regelen en ook de boot van 8.30 zal ze reserveren. Het kan dus nog goed komen.

‘s Avonds kijken we in het dorp in diverse iconenwinkels, eigenlijk opvallend veel iconenwinkels. Die monniken moeten zich rot werken die komen helemaal niet aan bidden toe. Met een verkoper maak ik een praatje nadat ik wel gezien heb dat het opgeplakt massagoed is dat hij verkoopt. Ik laat mijn foto’s zien op mijn tablet. Hij vindt de iconen heel mooi maar zegt dat dit niet de stijl is van Athos, waarschijnlijk uit Bulgarije! He, meneer Talaris wat is dat nu, dat verhaal over een monnik op Athos.

Vroeg gaan we met de boot vol mannen, vrouwen mogen niet op Athos komen, bedevaartgangers en monniken naar de heilige berg, de Agio Oros. Bij aankomst in de kleine haven van Dafni is het allemaal onduidelijk. Er staan wat busjes die allemaal vol passagiers snel wegrijden de berg op. Er is een havenkantoor, een winkeltje, een gesloten kerkje en een kantine waar we een koffie nemen en een beetje kijken naar mannen met rugzakken en stokken die aankomen lopen of juist weg gaan. In het winkeltje koop ik een kaart van het schiereiland. Hoe komen we bij de iconenschilders waar het hiervan zou wemelen. In het winkeltje verkopen ze wierook, boekjes met kerkteksten, koelkastplaatjes met heiligen en iconen van een vreselijke kwaliteit. Hier, op Athos, in het heilige der heiligen! We ontdekken dat de busjes groepstaxi’s zijn die je voor €45 (totaal) naar boven brengen, passagiers delen de prijs. We vinden 5 medereizigers en in het gammele busje rijden we naar boven, heel veel bochten, grandioze uitzichten over de blauwe zee, bossen, bloemen en een klooster. Nog een paar mannen stappen in en dat doet onze ritprijs dalen.

In de winkel van meneer Talaris leggen we twee iconen van Joris, van de draak, Giórgios heet hij hier, apart en vragen meneer Talaris nog eens na te denken over zijn genoemde prijs terwijl wij gaan eten en gaan nadenken of we ze willen kopen. Toen we na een uur terugkwamen was het licht in de winkel aan, we moesten weer via het hotel de zaak in. Ooit kwamen er Albaniërs met een kalasjnikov door de winkeldeur vertelde meneer Talaris en sindsdien blijft de deur op slot. Inmiddels was ook broer Talaris komen kijken en werd het weer een leuk gesprek over iconen, over Athos waar ze goede contacten hebben, over een monnik die iconen schildert en over kerkmuziek. We krijgen thee met koekjes en we besluiten ieder een icoon te kopen voor een redelijke prijs. Mevrouw Talaris kwam met een bloem uit de tuin en de kleinkinderen mochten ook komen kijken. Ik kreeg ook nog 3 CD’s met Byzantijnse kerkmuziek.

Zij waren gelukkig, wij waren gelukkig en het was een prachtige ontmoeting. Nog gelukkiger werden we de volgende dag in Metéora. De rotsen waren groots, de kloosters lagen er prachtig bovenop. We waren er vroeg en zagen de toeristenbussen omhoog komen. Icon Workshop stond er aan de kant van de weg op een bord. Binnen was een soort supermarkt met schappen vol iconen. Ongure hebberige verkopers probeerden je aan te zetten tot een snelle aankoop. Hoge prijzen voor duidelijk opgeplakte heiligenplaatjes op een oud gemaakte plank. Een mevrouw zat bij een transistorradio met beatmuziek met een groene kwast op 5 iconen tegelijk iets in te kleuren, toen hetzelfde met een gele kwast. Handmade original Greek Icons made in Metéora. Een buslading Russen laadden hun mandjes vol.

Onze iconen hingen later in de Utrechtse gang te stralen en werden door veel bezoekers bekeken. Ik stuurde meneer Talaris diverse keren een mail met de vraag naar de schilder van zijn iconen. Onduidelijk stond er onderaan iets van Evangelio in Griekse letters. Geen antwoord van de heren Talaris. Wat jammer, ze waren zo hartelijk, zou dat alleen maar geweest zijn omdat we iets wilden kopen? Waren ze doorgewinterde handelaren?

Dit jaar wilden we nog eens naar Griekenland, een tocht door het Noord-Oosten, Tracië en Macedonië, het gebied van Alexander de Grote. Misschien ook wel naar Athos waar meneer Talaris zo enthousiast over vertelde. Hij kon heel makkelijk een ‘permit’ voor ons regelen had hij gezegd. Toen ik hem daarover mailde kwam ook daarop geen antwoord. Met veel gezoek op internet kwam ik toch bij een permitbureau en we meldden ons 6 maanden voor aankomst aan en ik telefoneerde 2x met ene Giórgos over onze paspoortnummers. Ik maakte foto’s van onze iconen en wilde op Athos navraag doen naar de schilder, Kuifje als Poirot naar Athos.

Het bleek toch allemaal wat moeilijker te zijn dan het in eerste instantie leek. De weg naar Athos was smal en bochtig en nam veel tijd. Tot Ouranopoli kan je nog met de auto reizen, vandaar is het heilige schiereiland alleen per boot te bereiken. De mevrouw van het hotel in Ouranopoli is een en al hulpvaardigheid, ze verbaast zich wel over onze slechte voorbereiding en ik schaam me diep dat het ook zo is. Onze permit moet bij een kerkkantoor omgezet worden in een visum, zij zal dat regelen en ook de boot van 8.30 zal ze reserveren. Het kan dus nog goed komen.

‘s Avonds kijken we in het dorp in diverse iconenwinkels, eigenlijk opvallend veel iconenwinkels. Die monniken moeten zich rot werken die komen helemaal niet aan bidden toe. Met een verkoper maak ik een praatje nadat ik wel gezien heb dat het opgeplakt massagoed is dat hij verkoopt. Ik laat mijn foto’s zien op mijn tablet. Hij vindt de iconen heel mooi maar zegt dat dit niet de stijl is van Athos, waarschijnlijk uit Bulgarije! He, meneer Talaris wat is dat nu, dat verhaal over een monnik op Athos.

Vroeg gaan we met de boot vol mannen, vrouwen mogen niet op Athos komen, bedevaartgangers en monniken naar de heilige berg, de Agio Oros. Bij aankomst in de kleine haven van Dafni is het allemaal onduidelijk. Er staan wat busjes die allemaal vol passagiers snel wegrijden de berg op. Er is een havenkantoor, een winkeltje, een gesloten kerkje en een kantine waar we een koffie nemen en een beetje kijken naar mannen met rugzakken en stokken die aankomen lopen of juist weg gaan. In het winkeltje koop ik een kaart van het schiereiland. Hoe komen we bij de iconenschilders waar het hiervan zou wemelen. In het winkeltje verkopen ze wierook, boekjes met kerkteksten, koelkastplaatjes met heiligen en iconen van een vreselijke kwaliteit. Hier, op Athos, in het heilige der heiligen! We ontdekken dat de busjes groepstaxi’s zijn die je voor €45 (totaal) naar boven brengen, passagiers delen de prijs. We vinden 5 medereizigers en in het gammele busje rijden we naar boven, heel veel bochten, grandioze uitzichten over de blauwe zee, bossen, bloemen en een klooster. Nog een paar mannen stappen in en dat doet onze ritprijs dalen.

Boven is de hoofdplaats Karyes, hier zetelt de monnikenleiding in een groot statig gebouw, een kerk ernaast staat in de steigers en wordt met geld van Europa gerestaureerd staat er op een bord. Er zijn twee straatjes met eethuisjes, een café, een supermarkt, een bakkerij en een winkel met bergschoenen en rugzakken. Geen iconen. Er lopen veel monniken en net zoals bijna alle Grieken gebruiken ze een mobieltje of een tablet. We spreken met een taximan af dat we over 4 uur weer naar beneden willen. Er is geloop op het pleintje, er rijden auto’s heen en weer, van de bouwwerken komen lui in overalls, een waardige monnik komt uit een auto en laat zijn hand kussen.

Als verre buitenstaanders zitten we op een muurtje onder de cypressen en bekijken het leven. We lopen naar een enorm klooster met groene koepels verder op de berg. Het is warm en bewolkt. Het is het klooster van St. Andreas, een mooie poort en daarachter een groot plein, veel gebouwen, ruïnes, gastenverblijven , grote klokken aan houten balken en een kerk. In de kerk is een jonge monnik de parketvloer aan het zwabberen, hij knikt maar zegt niets. Twee jongens met rugzakken lopen langs alle iconen en kussen het glas. De wand met iconen, de iconostase, is prachtig, hele mooie werken. De wanden zijn vol iconen met afbeeldingen over het leven en vooral de dood, het Andreaskruis van de spoorwegovergang, van de heilige. Grote iconen in een gouden rize. Prachtig, dit is het echte werk, wie heeft dit gemaakt?

We bekijken nog andere gebouwen en op een houten bank zittend zien we de hoogste top van Athos, de bossen, daken van verderop gelegen kloosters en veel bloemen. Het is natuurlijk helemaal verkeerd om hier maar 1 dag te zijn, dit moeten we later nog eens anders doen. We drinken wat en bekijken de monniken en bedevaartgangers die rondlopen, het leven hier opent zich niet voor ons, ik voel me heel erg toerist en buitenstaander. Ons taxibusje delen we met 11 stoere, heel veel lachende Serviërs die ook nog mooi zingen. Ik zing ook een liedje en we hebben meteen 11 vrienden erbij, hoewel ik denk dat het vooral komt omdat we uit Holland komen en het Nederlandse team het goed doet in de WK. Bij het haventje kijk ik nog eens naar de iconen van Athos, om te huilen zo lelijk, ze moesten zich schamen. We vinden een boot terug naar Ouranopoli, de Serviërs blijven lachend op de kade staan, 11 kunnen er niet meer bij.

De dagen erna zoeken we onze weg over de bergen langs de zee, zien opgravingen, oude steden, minaretten bij de Turkse grens en velden vol zonnebloemen. We komen ook in Thessaloníki. Ook hier weer winkels vol iconen, nog steeds niet mooi, meestal ook geplakt en bijgeschilderd of slecht massagoed. In de grootste kerk van Griekenland, de Ágios Dimítrios, verkopen ze redelijke, maar toch niet zo mooi als die we zelf hebben. Het Byzantijns museum heeft echter wel een hele mooie en oude collectie, maar niet te koop. We geven het op dat we ooit nog een mooie koopbare icoon zullen zien in Griekenland.

We stippelen onze route uit, willen langs Vergina om opgravingen te zien en naar Delphi. Ik zie een route op de kaart langs Metéora en met een beetje omrijden naar Métsovo… zullen we het doen? Kijken of we meneer Talaris vinden? Het is maar 30 km. omrijden. Door heel veel tunnels gaan we door de bergen, zien ver weg de Olympus, spannende hoge uitzichten op diepe dalen en staan zowaar ineens weer in Métsovo, met mooi weer dit keer. De winkel en het hotel zijn er nog en als we door de etalage naar binnen kijken komt meneer Talaris lachend naar buiten. ‘Welcome, welcome, how nice to see you again’. Ik zeg dat ik het ook heel leuk vind hem weer te zien, maar wil eerst wel even weten waarom hij nooit op mijn mails antwoordde? Kom binnen en mevrouw brengt koffie, de broer komt er ook bij zitten. Ik laat mijn reisboek zien en hun ingeplakte kaartje wordt bekeken. Ach en oh, dat kaartje dat is fout, dat was van een neef die naar Athene was vertrokken, die nam dus niet de moeite mijn mails door te sturen. Een zoon Talaris komt erbij zitten en samen schrijven ze een nieuw up to date e-mailadres op.

We zitten aan de ronde tafel in het hotel en ik vertel dat we toch op Athos zijn geweest, maar dat het niet ging zoals we eigenlijk wilden. Er kwamen foto’s op tafel van meneer Talaris en de presidentmonnik van Athos, ‘my best friend’, samen op Athos en hier in Métsovo op de berg met een beer op de achtergrond die ze in mei van dit jaar nog zagen. De volgende keer als we naar Athos willen, gaat deze Pope alles voor ons regelen, daar zal meneer Talaris zorg voor dragen. Ik liet toen de foto’s zien van de iconen die we vorig jaar bij hem kochten. ‘Ah, die zijn van Evangelopoulos Athanasios, kijk het staat eronder’. Inderdaad, als je het weet zou je het kunnen lezen. Precies staat er “met de hand geschilderd door Evangelopoulos”. Meneer Talaris haalt een map uit zijn kantoortje met afbeeldingen van iconen geschilderd door Evangelopoulos. ‘Woont hij op Athos’ vraag ik. ‘No, no no, in Neapoli by Thessaloniki!’

De afbeeldingen zijn prachtig, nieuw gemaakte iconen, in de goede traditie, kunnen dus wel degelijk mooie kunstwerken zijn. Kom even mee naar de winkel, zegt Talaris, ik heb nog enkele iconen van Evangelopoulos. Uit de kast komen eerst wat Maria’s die weliswaar beter zijn dan die we onderweg zagen, maar ook niet heel mooi. Ze blijken ook niet van de hand van Evangelopoulos. Meneer Talaris laat een Maria vallen, raapt de icoon op, geeft er een kusje op en zet haar weer in de kast. Een andere kast gaat open. ‘Deze moet ik nog gaan bewerken met een rize van goud’. Deze zijn wel mooi en het is toch steeds weer bijzonder om een goed gemaakte icoon in handen te hebben.

Ineens gaat het gesprek over thee en HJ krijgt een zak bergthee die heel gezond is en die de dokter zeker zal bevallen. Hij moet dat later via het nieuwe e-mailadres eens laten weten of dat ook zo is. Dan weer terug naar de rij iconen op de toonbank van de juwelierswinkel waar in het glas nog een enorme barst zit van de Albanese overval. We hebben thuis al een prachtige rij hangen, moet er eigenlijk nog wel een bij, maar deze kans krijg ik niet snel weer… Als meneer Talaris mij nog een korting voorstelt koop ik de icoon van de geboorte van Jezus, in het stalletje kijken een os en een ezel over een halve deur naar het gebeuren. De Evangelopoulos past in bubbeltjesplastic met veel tape omwonden precies in mijn tas. Een hartelijk afscheid van de broers, mevrouw en zoon Talaris. Het was laat geworden en in prachtig strijklicht rijden we met veel bochten de berg weer af. De dagen daarna zag ik nog wel eens een icoon in een winkel, ook hier op Kefaloniá waar een rij madonna’s bij de juwelier staat samen met Efimia’s en Gerasimou’s. In een oogopslag zie ik dat het nepwerk is en ben heel tevreden en gelukkig met mijn nieuwe Evangelopoulos die pas in Nederland uit het plastic mag.

Evert Jan Nagtegaal
14 juli 2014

keyboard_arrow_leftkeyboard_arrow_right

Deel met vrienden of reisgenoten

Deel met vrienden of reisgenoten