Een ontdekkingstocht over Kythira



Het is verbazingwekkend over hoeveel wegen Kýthira beschikt. Soms lijkt het een doolhof, omdat er vele wegen kriskras door elkaar naar dezelfde dorpen met de meest ingewikkelde namen leiden. Naast de verharde, zijn er ook vele onverharde wegen, die stuk voor stuk in een rustig tempo goed te berijden zijn. Schilderachtige, levendige vissersplaatsen, maar ook stille, ingetogen bergdorpen komen op uw weg. Van oude nederzettingen tot kleine kerken verscholen in het groen, van prachtige baaien tot klaterende bronnen. Een eiland om te ontdekken per auto, want openbaar vervoer is op Kýthira niet aanwezig.

 Het noorden van het eiland 
Het noorden van Kýthira ligt het dichtst bij het vasteland van de Pelopónnesos. Dit is te merken aan de natuur, die hier overeenkomsten heeft met wat u in het zuidoosten van de Pelopónnesos aantreft. Hoge bergen, diepe dalen en vooral veel bomen. Dit gedeelte van Kýthira beschikt over veel ijzerrijke waterbronnen waardoor de natuur weelderig kan groeien. Het water is hier zo goed dat de bewoners altijd even stoppen bij een bron om hun flessen te vullen. Aan de noordoostkust van het eiland bevinden zich veel mooie stranden waar de wind altijd voor een verkoelend briesje zorgt. De meest mooie stranden zijn gelegen ten zuiden van het havenplaatsje Agía Pelagía. Het zijn de stranden Fíri Ámmos, Loréntzo en
 Kalamítsi. Dichtbij Kalamítsi is de bijzondere plek Káki Lagáda. Dit is een natuurlijke uitgang van een schilderachtig ravijn dat zijn oorsprong vindt in de binnenlanden bij het dorp Trifilliánika, iets buiten Potamós. De rotsen vormen hier een poort die uiteindelijk eindigt in het kleine meer Límni. Het ravijn wordt wel vergeleken met de Samária-kloof op Kreta. Het is echter niet mogelijk het hele ravijn te bewandelen, maar vanaf de zeekant is het beslist de moeite waard er een stukje in te lopen.
Agía Pelagía is een gemoedelijke vissersplaats. De terrassen aan het water bieden mooi zicht op de aan- en afmerende vissersbootjes. Vanaf Agía Pelagía gaat de asfaltweg naar het vijf kilometer noordelijker gelegen dorp Karavás. Deze weg gaat door een schitterend gebied en komt uiteindelijk in een al even zo mooi dorp. Het is hier heel groen en de platanen zorgen voor welkome schaduw. Een smalle weg geeft toegang tot het dorp Amirális. Onder de platanen bevindt zich een kafeníon. Tel hierbij het geluid van klaterend water van de nabij gelegen bron op en de oase is compleet. Overal in dit gebied bevinden zich kleine waterbronnen met de meest wonderlijke namen zoals Mággannon, Paliovaskínas en Portokaliás. Deze laatste bron heeft zijn naam te danken aan een reusachtige sinaasappelboom waarvan men beweert dat deze in vroeger tijden tonnen sinaasappels droeg die naar Athene geëxporteerd werden. Helaas voor ons is de boom tegenwoordig helemaal uitgebloeid.
Drie kilometer noordelijker ligt het vissersplaatsje Plátia Ámmos, met het gelijknamige strand, te wachten op de thuiskomst van de vissers. Vlak voor de afslag naar dit dorp leidt een onverharde weg naar Fóurni, een ander indrukwekkend strand.



 In dit deel van Kýthira ligt het dorp Potamós. Het dorp heeft de meeste inwoners en is tevens het commerciële handelscentrum van het eiland. In het centrum zijn een aantal winkels, een bank, een postkantoor en er staan prachtige herenhuizen. De trekpleister van het dorp is de markt die iedere zondagochtend gehouden wordt. Bewoners van het hele eiland komen naar Potamós en al slenterend over de kleine markt vertellen ze elkaar de laatste nieuwtjes uit hun dorp. De oudere bewoners van Kýthira spreiden hun dekens uit op de grond en stallen zorgvuldig de door henzelf verwerkte producten, zoals honing en marmelade, uit voor de verkoop. Hier wordt de oude, ijzeren weegschaal met gewichtjes nog in ere gehouden en kan men fruit, groente, kruiden, yoghurt, handgemaakte zeep en nog veel meer kopen. Vanaf Potamós leidt een weg naar de westkust. Het kost enige moeite, maar de mooie baai van Lykodímou maakt alles goed. Via een hoge bergweg met prachtige vergezichten over de groene dalen wordt het kleine strand bereikt, waar bovendien een grot te vinden is. Het is een heerlijke koele plek voor een onvervalst Grieks middagslaapje.

 Op de route door het noorden van Kýthira mag de plaats Palióchora niet overgeslagen worden. Het dorp ligt in het noordoosten halverwege Aroniádika en Potamós. Hier bevinden zich ruïnes van de oude hoofdstad gedurende de Byzantijnse periode, die destijds de naam Ágios Dimítrios droeg. De stad was gebouwd op de top van een klif, waar twee ravijnen samen kwamen op een kilometer afstand van de zee. Deze stad kon veel aanvallen van piraten ontlopen vanwege de gunstige ligging. Helaas werd de stad in 1537 onder het gezag van de Turkse admiraal Barbarossa door een Algerijnse vloot toch in beslag genomen en geheel verwoest. De legende vertelt dat de inwoners hun kinderen en daarna zichzelf van de hoge kliffen in het ravijn gestort hebben om zo te zorgen dat men niet in de handen van de Turken viel. Van deze Byzantijnse stad, die overigens veel gelijkenis heeft met Mistrás en Monemvàsia in de Pelopónnesos, zijn op deze plek nog vele resten te vinden. Er waren destijds zeventig Byzantijnse kerken met prachtige muurschilderingen in dit gebied. De mooiste is de kerk van Agía Barbára, net buiten de stadsmuren, die helaas niet meer van binnen te bezichtigen is. De stad is nooit meer opgebouwd, maar is met de vele interessante overblijfselen in een overweldigende natuur met ravijnen en spectaculaire vergezichten een bijzondere verschijning.


Terug naar het begin van de pagina