Mijn vakantie naar Griekenland

Reserveringsmedewerkster Carola vertelt: Al ruim 15 jaar reizen we kriskras door Griekenland en nog steeds hebben we niet alles gezien in dit veelzijdige land

Door onze aanstaande reis kunnen we wel weer vier pareltjes aan onze lijst toevoegen. Al ver van te voren kriebelt het en eindelijk is het zover. Na enkele rondjes met prachtig zicht op de miljoenenstad, de touchdown in Athéne! Drie weken van reizen, ontdekken, beleven en genieten staan op het programma.

We beginnen met reizen, nemen de huurauto in ontvangst en starten onze tocht naar Thessaloníki. We passeren Lamía, Lárisa en de indrukwekkende Litóchoro-pas die ons door de vallei van Tempe voert. Na een kleine vijf uur bereiken we Kateríni en niet veel later onze eindbestemming.

Midden tussen de Grieken

In het hotel aangekomen twijfelen we nog heel even om een oogje dicht te doen na de lange rit, maar we zijn bang dat we ze dan niet meer open kunnen krijgen en te veel van deze heerlijke stad zullen missen. We besluiten gelijk op ontdekkingstocht te gaan. Wat een goede keuze! Het hotel ligt op steenworp afstand van een van de gezelligste wijken van Thessaloníki. Tussen de Grieken, die na de siësta weer aan het werk gaan, slenteren we naar het stadsdeel Ladádika. Ondanks de lichte vermoeidheid hebben we het vakantiegevoel gelijk te pakken!

Ladádika ligt tegenover de haven, op vijf minuten lopen van het Aristoteles-plein. In de smalle, sfeervolle straatjes staan kleurrijke gebouwen en oude pakhuizen waarin barretjes, hotels en hippe restaurants zijn gevestigd. Ladádika betekent letterlijk ‘winkels die olie verkopen’. Vroeger was het de centrale bazaar van de stad, maar na een grote brand bleven alleen de olie verkopende winkels nog over. In de jaren ’80 bloeit de wijk weer op en wordt het uitgeroepen tot historisch monument. Tegenwoordig zijn de gebouwen smaakvol gerenoveerd. Er hangt een ontspannen sfeer in de steegjes en op de pleintjes. Op het terras van restaurant Full tou Meze strijken we neer en genieten we van een van de beste maaltijden die we ooit in Griekenland hebben gegeten.

De volgende dag bezoeken we nog een aantal hoogtepunten van Thessaloníki zoals de witte toren, de Romeinse agora en de Galeriusboog. Maar al snel is het tijd om onze reis voor te zetten richting Thassos. Via de snelweg bereiken we na twee uurtjes Keramotí. Hier vandaan vertrekt de ferry naar Thassos. Met veel bombarie en handgebaren worden we boot op gedirigeerd; heerlijk dit is Griekenland! Veertig minuten later staan we al in Liménas, oftewel Thassos-stad.

Groen, groener, groenst

We verblijven in Huize Mikro Kazaviti in het gelijknamige dorp. Hier bovenop de berg (wat meer afgelegen klinkt dan het is, aangezien je in nog geen 10 min. rijden in Skála Prinos met zijn winkels, pinautomaat en stranden bent) komen we helemaal tot rust. Wat een heerlijke plek is dit.

Omgeven door dennenbomen, met een waterig zonnetje aan de hemel en getjilp van vogeltjes worden we ‘s morgens wakker. De vriendelijke en zorgzame eigenaren hebben het ontbijt al klaarstaan. Voldaan gaan we op pad om Thassos te ontdekken. Via het noorden rijden we door naar de oostkust. De hoofdstad bewaren we voor later. We zijn overweldigd door de prachtige natuur van het eiland. Imposante bergkammen in combinatie met de groene bomen en struiken en het helderblauwe water zorgen ervoor dat je maar foto’s blijft maken.

Dat het eiland waterrijk is merken we al snel, overal zijn bronnen en stroompjes. In het bergdorp Panagía worden we vriendelijk begroet door een aantal oude mannen bij het plaatselijke kafeníon. We slenteren langs de plataan, kerk en de bronnen van het dorp. Even buiten Potamía ontmoeten we een geitenhoeder die zijn kudde laat drinken bij de waterbekkens. We dalen af naar Golden Beach, waar een levendige vakantiesfeer heerst. Er zijn al veel mensen op het kilometers lange zandstrand. De een ligt heerlijk te lezen, de andere zit op een jetski of doet mee aan een potje beachvolleybal. In de idyllische baai van Alíki lopen we over de landtong met restanten van een oude nederzetting die helemaal reikt tot aan zee. Daarna besluiten we onze handdoeken uit te leggen. Niet op het strand waar iedereen al ligt, maar op de rosten. Heerlijk rustig. We maken nog wat foto’s van de voor anker liggende zeilboten en een voorbij dobberende aalscholver die druk is met het vangen van vis.

De volgende dag komt de westkust aanbod, met zijn authentieke bergdorpen en alle Skála’s (badplaatsen) ervan. Via Sotíras en Skála Sotíras zakken we af naar het zuiden. We rijden langs een mooie beeldentuin en bereiken het gemoedelijke Skála Kalliráchis. In het dorp heerst rust, er zijn een aantal goede tavernes, terrassen en een strand met wat bedjes. We strijken neer en bestellen een frappé. Op de kade wuiven de palmbomen in de wind en in de haven deinen bootjes op de golven. Zo kunnen we nog wel uren blijven zitten…

De bergdorpen Mariés en Theológos betoveren ons. We wandelen langs rivieren, bronnen, over kalderími’s, langs traditionele huizen en over pleintjes met platanen. We hebben af en toe het gevoel in Pílion te zijn. In de havenplaats Skála Mariés zijn de terrassen van de tavernes al goed vol en spelen kinderen een potje voetbal op het plein naast de haven. Het dorp staat bekend om zijn zeer goede vis tavernes. Wij rijden toch nog even door, want de nieuwe woningen voor het komende seizoen moeten eerst worden bekeken. Al snel bereiken we Limenária, waar een oude mijn en een folkloremuseum te bezoeken zijn. De weg voert ons verder langs de indrukwekkende zuidkust. Tussen de vele rotsformaties liggen verscholen baaitjes. Hier besluiten we ons handdoekje uit te spreiden na een bezoek aan het vrouwenklooster Archángelos Micháli.

’s Avonds is het alweer de laatste keer dat we bij de taverne op het plein in Mikro Kazaviti onze vingers bij het eten opeten. Deze keer smullen we van een Dákos, Pastítio en Gemistá.

Liefde op het eerste gezicht

Vanuit Thassos zakken we zuidwaarts af. Na een weerzien met een oude bekende, Pílion, vertrekken we naar de Sporaden. Na 3 uurtjes varen vanaf Vólos stappen we de Flying Cat af en raken onze slippers de kade van Alónissos. We worden warm welkom geheten door Kate, de medewerkster van Thalpos Holidays. Zij bewapent ons met een kaart van het eiland, diverse folders en een routebeschrijving. We rijden in het donker naar Sténi Vála en hebben geen weet van de ongekende schoonheid die ons op dat moment omringt!

Wakker worden, de balkondeuren openen en eens diep inademen; het ultieme vakantiegevoel. Dit doen wij ook op het balkon van Huize Albatros. We zien de zee! Het begint te kriebelen en we gaan eropuit. We rijden eerst noordwaarts naar het gehucht Gérakas. Een prachtige weg met vergezichten. We wisten niet dat er zoveel verschillende tinten blauw en groen bestaan. Geuren van dennenbomen, tijm en jasmijn komen door het open raam de huurauto binnen. Al bij de tweede bocht zijn we verliefd op dit eiland. Het zijn de ongedwongen sfeer, de vriendelijkheid van de bewoners, de puurheid en de prachtige natuur die ons grijpen… en niet meer loslaten.

’s Middags neemt Kate ons mee om de woningen te gaan bekijken. Haar enthousiasme werkt aanstekelijk. Ze vertelt honderd uit over het eiland. Het moet een feestje zijn om aan het wandelarrangement mee te doen dat zij begeleidt. In de vissersplaats Vótsi lopen we even naar de haven om de ontspannen sfeer op te snuiven. We ontmoeten Maria, de eigenaresse van Huize Maria. Deze vriendelijke dame weet wat gastvrijheid is. Afgelopen winter renoveerde ze al haar studio’s; nieuwe bedden, veel kastruimte, vrolijke kleurtjes en een nieuwe badkamer met douchecabine. Met een lach op haar gezicht vertelt ze dat gasten soms denken dat dit niet de accommodatie is die ze geboekt hebben, zo veranderd is het!

Tijdens ons verblijf gaan we op in het ritme van het eiland. We pakken een terrasje, staren naar dobberende vissersbootjes, we lunchen aan zee en slenteren door de smalle straatjes van Chóra. We komen hier echt tot rust, smullen van het heerlijke eten en hebben leuke ontmoetingen met de zeer vriendelijke eilandbewoners. In de schilderachtige baaien van Leftós en Tzórtzi Gialós zijn we omringd door een oorverdovende stilte en verliezen we ons hart definitief.

Mamma Mia wat mooi!

Op Skópelos krijgen we dezelfde ingrediënten voorgeschoteld. Ook hier de meest prachtige baaien waar groene dennenbossen de aquamarijn blauwe zee ontmoeten. De prachtige natuur zal nog lang op ons netvlies blijven staan.

We varen Skópelos-stad binnen. De witte huizen met rode daken zijn tegen de heuvels aangeplakt. Daartussen bevindt zich een web van smalle straatjes; heel sfeervol. Er zijn hier meer dan honderd kerken en kapellen en het is er vol met winkeltjes en terrassen. In de haven liggen de boten voor anker, die meerdere keren in de week uitvaren voor een excursie naar Alónissos en het Nationaal Marine Park. We besluiten elke avond voordat we gaan eten wat eerder naar Chóra te gaan om te wandelen over de kalderími’s en zo de sfeer van de stad op te snuiven. Zo ontdekken we de vele sfeervolle winkeltjes met handgemaakte producten, de meest prachtige herenhuizen, verborgen eettentjes waar alleen de Grieken komen, de Gkizi –burcht, het Folklore museum en de oude bioscoop.

Skópelos staat bekend om zijn wijnproductie, olijf-, pruimen- en citrusboomgaarden. Een aantal jaren geleden werden de wijnranken van het eiland getroffen door een ziekte en de traditie van het verbouwen van pruimen was een beetje in het slob geraakt. Gelukkig zijn de laatste jaren de jongere generaties eilandbewoners weer toegewijd bezig met het verbouwen van wijn en pruimen. De donkere pruimen worden vers of gedroogd gebruikt in allerlei gerechten. De gele variant wordt verwerkt in jam en de zoete specialiteit Avgáto… Zuurpruimen zijn wij op het eiland niet tegengekomen! Diezelfde avond nog smullen we van Choirinó me damáskina; varkensvlees met pruimen.

Wat een heerlijk eiland is dit! We ontdekken de mooiste baaien en stranden zoals Velano, Stáfilos. Miliá en Hóvolo. In schilderachtige vissersplaatsen zoals Agnóntas, Glistéri en Loutrakí kruipt de tijd voorbij terwijl we typische Griekse taferelen aanschouwen. In zee zijn groepjes Griekse dames druk met elkaar in gesprek, vissers boeten hun netten, kinderen spelen op de houten steiger en in de taverne is men druk bezig met de voorbereidingen voor de lunch.

Uiteraard bezoeken we ook dé plekjes uit de film Mamma Mia. Naar het schijnt worden de stenen boog bij de taverne in Glistéri en de kapel op de rots in Ágios Ioánnis, beiden uit de film, in de zomermaanden druk bezocht door toeristen. Als we het slingerweggetje richting de kapel volgen, kunnen we ons maar moeilijk voorstellen dat hier ook touringcarbussen naar beneden gaan. Gelukkig is het nu naseizoen en bij de kapel zijn we helemaal alleen. Nou niet helemaal, een Italiaans stel komt net de 225 treden tellende trap af. Uit haar telefoon komen de klanken van “The winner takes it all”. Op dit lied van ABBA beklimmen Meryl Streep en Pierce Brosnan in de film deze rots. Het deuntje blijft nog dagen in ons hoofd hangen.

Het is tijd om het mooie Skópelos te verlaten. De ferry draait de baai uit en we werpen nog een laatste blik op Chóra. Er schiet een zinnetje uit de “The winner takes it all” door mijn hoofd; blue since the day we parted…

Ongerept, puur en écht Grieks

Onze reis is nog steeds niet ten einde! Via het vasteland, Athéne en Kaap Soúnion gaat deze verder. We nemen de ferry in Lávrio, varen langs Makroníssi, een onbewoond eiland wat ooit een plek was om gevangen vast te houden, en uiteindelijk komen we aan op Kéa. Na onze vorige, groene bestemmingen komen we nu aan in een hele andere wereld; de Cycladen!

Kéa is misschien niet voor iedereen. Wel voor degene die naar Griekenland komen om het land te ervaren zoals de Grieken dat zelf doen. Opgaan tussen de lokale bevolking, een praatje met ze maken, spontaan uitgenodigd worden door hen voor een hapje en een drankje. Ook de wandelaar moet hier zeker heen. Het eiland is echt een wandelparadijs. Er zijn echt heel veel plekken op het eiland waar degene met een auto of scooter niet kan komen, maar de wandelaar wel.

Kéa en zijn bewoners zijn eigenzinnig en karakteristiek. Het is een van de grootste eilanden in de Cycladen. Prachtige stranden, archeologische bezienswaardigheden en mooie, traditionele dorpen. Kéa heeft het allemaal. Het is er heerlijk rustig en toerisme kent men vrijwel niet. De inwoners van Kea (Tziotés) zijn van oudsher vissers en boeren. Ze worden soms bestempeld als schuw en stug. Op zich niet gek dat men geen gladde toeristenpraatjes kent als je de voorbije 5000 jaar overleefd hebt zonder toerisme. Onze ervaring met de eilandbewoners was dan ook geheel anders. We hebben vooral genoten van de rust in het plaatsje Otziás, de gastvrijheid van de eigenaar van Huize Anemousa en het uitmuntende eten op Kéa.

Ook op dit eiland een Chóra met kalderími’s, sfeervolle straatjes en gekleurde huizen. Het is echt weer zo’n plek waar de geheugenkaart van het fototoestel snel vol raakt. Tijdens een van onze bezoeken aan Chóra lopen we langs het Neoklassieke stadhuis, het pleintje waar kunstenaar DEL een groot schaakbord en het kleine toeristenbureau heeft gemaakt en het oude amfitheater. We lopen door op weg naar de Leeuw van Kéa, maar we stranden bij O Baxés, de groente- en kruidenwinkel van Adonis. In de schappen staan in grote glazen potten kruiden, specerijen en producten van het eiland uitgestald. We raken aan de praat en voordat we het weten, nodigt hij ons uit samen wat te eten bij Rolando’s op de plateía. Rolando, de Corfioot die hier jaren geleden neerstreek, heeft volgens velen de beste taverne van het eiland. We praten over het eiland en onze liefde voor Griekenland. De meest heerlijke meze komen op tafel, al snel gevolgd door flesjes Plomári ouzo. U zult begrijpen dat het nog heel lang, heel gezellig bleef!

Deel met vrienden of reisgenoten

Om Rossholidays.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid Akkoord