Festos en Gortys

Festos
Een belangrijk archeologisch erfgoed is Festós. De restanten dateren van plusminus 1900 v.Chr. De dichter Homerus maakte in zijn verhalen al melding van de plaats Festós, gelegen aan de zuidkant van de Lithaiós-rivier.
Festós neemt een groot deel van de vruchtbare Káto Mesáras-vlakte in beslag. De mythe leert dat deze stad geregeerd werd door de broer van Minós, die de heerser van Knossós was. De stad kende vele tegenslagen. Zo werd het in de 3e eeuw voor Christus ingenomen door Górtys, een andere belangrijke stad in die tijd. En de grote aardbeving in 1700 v.Chr. verwoestte de stad bijna geheel. Steeds wist Festós zich weer te herstellen en de vergane roem terug te verkrijgen. In 1450 v.Chr. werd de stad wederom getroffen door een aardbeving en is na die tijd nooit meer opgebouwd.
Festós was na Knossós de tweede grote stad van het oude Kreta. Het is op een heuvel gebouwd op 100 meter boven zeeniveau. Strategisch gezien een goed gekozen plaats voor het bouwen van een fort. Niet te hoog met een weids zicht over de omringende vlaktes. Zo konden eventuele aanvallers vroegtijdig opgemerkt worden. De opbouw van Festós wijkt niet af van het typisch Minoïsch voorbeeld. Er is een centraal plein met daarom heen de verschillende vleugels gegroepeerd.
De overblijfselen van vandaag de dag dateren voornamelijk van na die aardbeving, hoewel er aan de zuidkant ook nog restanten uit de eerste periode te zien zijn. Het besloeg destijds maar liefst een gebied van 18.000 km². Dit is maar iets kleiner dan de bekende Knossós bij Heráklion, aan de noordkant van het eiland.
De opgravingen zijn rond 1900 aan het licht gebracht. Sinds die tijd heeft men veel van de kostbaarheden bloot kunnen leggen. Men heeft hier, in tegenstelling tot Knossós, gekozen om geen reconstructies te maken. Men heeft de opgravingen grotendeels gelaten zoals ze gevonden zijn. Zo zijn hier vele muren te zien die gezamenlijk een doolhof vormen, prachtige trapwerken, een theater en opslagruimtes. Bovendien is hier de beroemde plaat van Festós gevonden. Deze schijf van klei bevat aan beide zijden een vijftigtal hiërogliefen, die spiraalgewijs zijn aangebracht.
Op drie kilometer afstand ligt de villa of paleis van Agía Triáda. Een gevonden pad uit die tijd geeft aan dat het waarschijnlijk het vakantieverblijf is geweest van de kasteelheer of van de geestelijk leider. Ook hier zijn goed bewaard gebleven overblijfselen te bewonderen.

Górtys
Een andere indrukwekkende stad moet Górtys geweest zijn. Ooit de hoofdstad van Kreta en net als Festós daterend uit het Minoïsch tijdperk. Een stad die de aanval niet schuwde, maar boontje komt om zijn loontje. De stad werd uiteindelijk verwoest door een aanval van de Saracenen en is daarna nooit meer bewoond geweest.
Deze stad schijnt al bestaan te hebben in de 8e en 7e eeuw v.Chr. Górtys, ook wel Górtis, leefde in onmin met Knossós. Dit zorgde voor veel strijd. Toch heeft Górtys het hoofd boven water weten te houden. In de 3e eeuw v.Chr. nam het Festós met de bijbehorende haven in en vergaarde zo nog meer macht in het gebied. Later in de tijd, 67 v.Chr. breidde hun macht nog meer uit door vriendschap te sluiten met de Romeinen. Hierdoor werd Górtys gespaard van de plunderingen die de Romeinen uitvoerden. Het kreeg in die tijd zelfs de status van hoofdstad niet alleen van Kreta maar ook van een deel van noordelijk Afrika. In die tijd zou het inwoneraantal zelfs tot boven de 30.000 geweest zijn. Ook in de daaropvolgende Byzantijnse tijd had Górtys nog veel macht. De komst van de Arabieren in 828 zorgde voor een val van de stad.
Een bijzonder gegeven is dat het christendom hier al vroeg aansluiting vond. De eerste bisschop was Titus, een leerling van Paulus en had hier zijn zetel. Restanten van de kapel ter ere van hem, de zogenaamde Ágios Títos kapel, zijn te bezichtigen.
Tevens speelt de mythologie op deze plaats een rol. De god Zeus zou zich in een stier veranderd hebben om de prinses Europa te imponeren. Dit lukte en onder de plataan zouden zij zijn samengekomen. Zeus was getrouwd met Hera maar ging met Europa een relatie aan, waar drie kinderen uit geboren werden. Een van hen was Minós. De plataan is inmiddels vervangen door een jonger exemplaar, maar de plaats is wel aangegeven. Het schouwspel van de stier en het meisje wordt op het hedendaagse exemplaar van het Griekse twee euro muntstuk afgebeeld.
De afgebakende bezienswaardigheden zijn slechts het centrum van het totaal. Buiten de hekken liggen verspreid over een groot gebied ook diverse stukken. Het deel dat zich binnen de hekken bevindt bestaat uit de al eerder genoemde kapel van Ágios Titos, een klein overdekt theater dat waarschijnlijk als zangzaal gebruikt is geweest, resten van tempels ter ere van Athena en Apollon. Tevens zijn hier rotsblokken gevonden met inscripties van meer dan 600 regels. Dit is in 1884 ontdekt en is bekend geworden als de Stadsrechten van Gortýn, afkomstig uit de 5e eeuw voor Christus. Dit is het enige nog bestaande wetboek van Oudgrieks recht van enige betekenis. Het is verzameling van bepalingen waaruit blijkt dat de staat destijds meer zeggenschap had op strafrechtelijk gebied dan families. Een belangrijk detail hieruit is de bepaling over de slavernij. Volgens de Stadsrechten van Gortýn hadden de slaven in die tijd bepaalde rechten, konden zij bezit hebben en een vrije vrouw trouwen.




