De naam Peloponnesos

In de Griekse mythologie komt de godenzoon Pelops voor. De naam van zijn vader, Tantalus, is vast ook wel bekend. In het Nederlands kennen we de uitdrukking een Tantaluskwelling. Wie nog eens terugzoekt in de boeken waarom de andere goden Tantalus zo gekweld hebben, begrijpt ook dat de arme Pelops het verdiende vernoemd te worden in dit land Pelopónnesos. Dit betekent overigens eiland van Pelops.
Pelopónnesos gisteren
Er zijn talloze ruïnes en musea op de Pelopónnesos, bijvoorbeeld Olympía, Neméa, Mycène, Epidáurus en Mistrás en het paleis en het graf van koning Nestor. Men kan niet om de archeologische restanten van duizenden jaren terug heen. We zullen een deel van de geschiedenis van het oude Griekenland op de komende pagina vertellen.
Het begin
Tot circa 600 v.Chr. was het huidige Griekenland een verzameling steden die onderling om de macht streden. Dat waren bijvoorbeeld Korinthe, Spárta en Athene. Wellicht is de uitdrukking ‘een Spartaanse opvoeding' bekend. In Spárta moesten ouders de
opvoeding van hun zonen vanaf de kleuterleeftijd overlaten aan de regeerders. Ze werden getraind in slaafse gehoorzaamheid, het verdragen van hitte en kou, pijn en zware arbeid en vooral in vechten. Spárta kreeg aldus het sterkste leger en de macht op de Pelopónnesos. Kort na 500 v.Chr. bedreigde de machtige staat Perzië de Griekse steden en staten. Er werden zee- en veldslagen gevoerd. Totdat omstreeks 350 v.Chr. in Macedonië sterke leiders opstonden. Deze Griekse staat onderwierp al de andere en dwong hen mee op te trekken naar Perzië. Onderweg werden het zuidoosten van Europa en West-Azië onderworpen. Griekenland werd een wereldrijk, het Helleense Rijk. Rond het begin van onze jaartelling kwam een nog sterker rijk op, het Romeinse Keizerrijk. Het strekte zich uit over bijna geheel Europa, Noord-Afrika en West-Azië. Tot ongeveer het jaar 400. Toen viel het West-Europese deel uit elkaar. Het oostelijke deel hield stand. De keizer verplaatste zijn residentie naar Byzantium, het tegenwoordige Istanbul. Met dit Byzantijnse Rijk was eigenlijk het Helleense Rijk herboren.
Kerken, kastelen en vestingen
Vrijwel alle Grieken behoren tot de Grieks-orthodoxe kerk. De kerk hield, tot voor kort, de burgerlijke stand voor de regering bij. Dat kon gemakkelijk, want alle Griekse baby's werden toch gedoopt, alle huwelijken in de kerk gesloten en elke begrafenis werd door de priester geleid. In elk dorp staat dan ook minstens één kerk. Vaak staan er zelfs meerdere en dat is niet het gevolg van een kerkscheuring. Het lijkt soms of er in Griekenland op elke bergtop en op elke landtong een middeleeuws fort of kasteel staat. Die vele kerken en vestingwerken hebben iets met elkaar te maken. Omstreeks het jaar 1000 werden er stukken van het Byzantijnse Rijk in Azië afgeknabbeld door islamitische Turken. Vanuit West-Europa kwamen legers van ridders, burgers en boeren hulp bieden. Deze West-Europese aanvallen heetten kruistochten, omdat ze tot doel hadden de Turken te verjagen uit de christelijke bedevaarts¬oorden in het tegenwoordige Israël. Na 1200 verplaatsten de legers van de West-Europeanen, de Grieken noemden hen Franken, en van de Turken zich meer en meer naar Griekenland. De Grieken vroegen en kregen hulp van de rijke en machtige handelsstad Venetië. Venetianen, Franken en Turken hebben overal in Griekenland vestingen gebouwd om de door hen bezette stukken Griekenland te verdedigen. De Turken bleken uiteindelijk het sterkst. Ze bleven de baas tot 1826. In sommige delen van Grieken¬land zelfs nog bijna 100 jaar langer.
Pelopónnesos vandaag de dag
Honderd jaar geleden is het loodrechte Kanaal van Kórinthos gereed gekomen. Men kan haast zeggen, na 1900 jaren graven. Van onder andere de Romeinse keizer Nero is bekend dat hij er duizenden joodse slaven aan het werk heeft gezet. Later hebben de Venetianen de draad weer opgepakt, maar pas kort voor 1900 is het gelukt het te voltooien. Daarmee is Pelopónnesos een echt eiland geworden. Dit graafwonder is een ware bezienswaardigheid. Zeereuzen worden nietige speelgoedbootjes als zij tussen de enorme steile, tientallen meters hoge rotswanden, door het slechts vijfentwintig meter brede kanaal met een diepte van acht meter worden gesleept.
Bevolking en bestuur
De gehele oppervlakte van Pelopónnesos is meer dan de helft van Nederland. Toch wonen er slechts 1,1 miljoen mensen. Pelopónnesos is één van de dertien periferieën of regio's waarin Griekenland bestuurlijk verdeeld is. Elke regio is weer onderverdeeld in nomen of provincies. De Pelopónnesos stelt zeven provincies. In deze brochure gaat het vooral over de provincie Messinía. Net als overal in Griekenland valt de gezelligheid, in de ware zin van het woord, van de mensen op. Voor veel Nederlanders geldt ‘my home is my castle'. Grieken zoeken graag het gezelschap van vrienden op. Bijvoorbeeld in de plaatselijke cafés. Overigens zouden veel Griekse woningen vanwege hun forse afmetingen met recht een kasteel genoemd kunnen worden. De betekenis die men hecht aan het persoonlijk contact speelt ook door in de politiek. Politieke leiders zijn voor veel Grieken belangrijker dan het politieke programma. Ook de kerk heeft vooral betekenis als nationaal symbool. Griekenland is enkele eeuwen lang overheerst geweest door de islamitische Turken. Uiteraard waren deze onderdrukkers bij de vrijheidslievende Grieken niet geliefd. Hun godsdienst dus evenmin. Daardoor viel het groeiende nationaal bewustzijn samen met het
kerkelijk bestaan. Geen dorp is zo klein of het heeft wel een eigen kerk en een eigen ‘papas', priester. In steden is er soms ook nog een rooms-katholieke of een Pinkstergemeente kerk, in de dorpen zijn er alleen maar de Grieks-orthodoxe.
Landschap
Het landschap is zeer bergachtig. De hoogste toppen reiken tot boven de 2000 meter en zijn ‘s winters met sneeuw bedekt. De bergen hebben vaak grillige vormen doordat het gesteente in de loop der eeuwen is aangetast door weer en wind. Er zijn vele kloven, mysterieuze grotten en duizelingwekkende ravijnen. Ook ondergronds zijn rivieren uitgeslepen waardoor het water van de winterregen op grote diepte zijn weg vindt. Dankzij dit laatste is er ook op de berghellingen verrassend veel boomgroei. Het meest vallen de olijfbomen op. Allereerst door hun prachtig gevormde stammen, die er uitzien als uiterst creatief vlechtwerk, maar ook door het grote aantal. In welke richting men ook reist, voortdurend komt men langs of zelfs dóór olijfboomgaarden. Verder wijzen ook hier op vele plaatsen de ranke cipressen met hun spitse toppen hoog naar de hemel. In de lagere delen bloeien talloze bloemen in overdaad. Hogerop groeien slechts lage struiken. Sommige daarvan leveren bekende kruiden zoals tijm, oregano en rozemarijn. Het zijn vooral cultuurgewassen als vijgen, druiven, perziken, sinaasappels en tomaten die men in de omgeving van de dorpen aantreft. In de zomer en in het najaar sieren nog vele bloemen, zoals brem, oleander en bougainville het landschap. De grootste verscheidenheid aan bloemen treft men aan in het voorjaar.




