Excursies

Het informatiepakket dat u direct na aankomst van de host(ess) krijgt, bevat ook een aantal excursiemogelijkheden. Enkele daarvan willen we nu alvast noemen om u een idee te geven wat u nog meer op Kreta kunt verwachten dan zon, verkoelend zeewater en zalig nietsdoen
Knossós
In het hoofdstuk ‘Een beetje geschiedenis' schreven we al vrij uitvoerig over het indrukwekkende paleis van Mínos. Het paleis werd waarschijnlijk zo'n 4000 jaar geleden gebouwd en in het begin van de vorige eeuw is het weer in zijn oude luister hersteld.
Gramvóusa
Deze tocht brengt u naar het pirateneiland om het Venetiaanse fort te bekijken. In de middag kunt u genieten van een duik in de schitterende lagune van Bálos, dat ook wel de mooiste plek van Kreta wordt genoemd.
Kretenzer schatten
Een nieuwe excursie die voor jong en oud alles te bieden heeft voor een onvergetelijke dag. Zowel cultuur als natuur komen aan bod, maar daarnaast staat er ook een wandeling op het programma. Er wordt een bezoek gebracht aan een ouderwetse kafeníon voor een kopje koffie en aan Kournas. Daarna gaan we de benen strekken: een prachtige wandeling (ca. 40 min) door de mooie natuur. Aan het einde van de wandeltocht wacht de bus u op en brengt u naar de ruines van het antieke Lappa, waar de gids u te voet verder mee zal nemen via een prachtig pad door het dorp. Ook bezoeken we een privé museum waar u de meest uiteenlopende, bijzondere gebruiksvoorwerpen vindt van meer dan honderd jaar geleden. Natuurlijk is er ook tijd om zelf rond te lopen in het dorpje met klaterende watervallen.
Elafoníssi-eiland
Elafoníssi wordt ook wel de Kretenzer Malediven genoemd vanwege het glasheldere water met bijzonder fraaie kleurschakeringen, het koraalroze zand en stralend witte duinen.
Agía Iríni- en Ímbros-kloof
Deze beide kloven kunnen u misschien minder bekend in de oren klinken, wij zijn ervan overtuigd dat u na een bezoek bijzonder onder de indruk zult zijn. In deze kloven zijn soms afdalingen van 600 meter. U zult zien dat de paden door aanzienlijk minder voeten zijn betreden dan de veelgeroemde Samária-kloof. Een imposante bergtocht waarvoor u stevig in de schoenen moet staan, die echter veel voldoening geeft.

De Samária-kloof
Hiervoor moet u naar het Nationale Natuurpark Samária op de Lefká Óri. Wie op eigen gelegenheid de lange wandeltocht door de Samária-kloof gaat maken kan overwegen een dag eerder naar Ómalos te gaan en hier te overnachten. Uiteraard niet op de bonnefooi. Vanaf Ómalos is het nog vijf kilometer tot het begin van de kloof.
Hier begint de afdaling bij Xilóskalo, de houten trap, door één van de mooiste ravijnen van Europa. Aan de kiosk kunt u een entreekaartje kopen waarmee u het Nationaal Park kunt betreden. Het kaartje dient tevens om de controlepost bij de uitgang van de kloof, achttien kilometer verder, te laten weten dat er geen mensen achtergebleven zijn. Het begin van de afdaling is tamelijk steil, daarom is een houten leuning aangebracht. Onderweg zijn trouwens meer voorzieningen aangebracht, waaronder toiletten. Het laatste verkooppunt van etenswaren of dranken is Xilóskalo. Na ongeveer vier kilometer bereikt u een kerkje. Het is de Ágios Nikòlaos-kapel die bijna schuil gaat tussen oude, eerbiedwaardige cipressen. Na deze kerk daalt het pad minder steil. Nog eens vier kilometer verder ligt het bijna geheel verlaten dorp Samária. De dorpelingen moesten het dorp verlaten toen dit gebied in 1962 tot Nationaal Natuurpark werd verklaard.

Kort na het dorp komt u langs het Byzantijnse kerkje van de heilige Maria van Egypte, waaraan dit dorp zijn naam te danken zou hebben. Hier heeft u ongeveer de helft van de wandeling gehad. Samária is ook het gebied waar de kri-kri, de Kretenzische berggeit, nog voorkomt en beschermd wordt. De laatste vier kilometer zijn het indrukwekkendst. Hier naderen de loodrechte, wel 300 meter hoge rotswanden elkaar soms tot op drie meter. Deze nauwe doorgang wordt de Sideróportes, De IJzeren Poort, genoemd. Sommige mensen, die de hele tocht te zwaar vinden, gaan met de boot naar Agía Roumèli en lopen in tegengestelde richting alleen dit laatste nauwe stuk en keren dan terug. De gehele wandeling naar het eindpunt aan de kust, Agía Roumèli, vergt minstens vijf uur. De meeste wandelaars stappen in deze plaats dan ook op de boot die hen naar Sóugia of naar Chóra Sfákion brengt. Van hier kunt u de bus nemen naar Chaniá-stad. Indien u deze tocht op een goede manier wilt volbrengen, is het raadzaam om goede wandel- of bergschoenen te dragen.




