Kreta vandaag de dag

Hemelsbreed gemeten is Kreta tweehonderdenzestig kilometer lang, terwijl de breedte varieert van dertien tot vijftig kilometer. Het eiland is opgedeeld van west naar oost in vier provincies: Chaniá, Rèthymnon, Heráklion en Lasíthi. Het merendeel van de inwoners van Kreta woont in de hoofdstad Heráklion.
De tweede stad en tevens mooiste, is Chaniá-stad, gelegen aan de noordwest kust van Kreta. De noordkust is heuvelachtig en heeft mooie zandstranden en diverse baaien. De zuidkust is grilliger; hoge bergen pieken hier en daar scherp de lucht in. In de bergen zijn veel grotten, diepe ravijnen en spectaculaire kloven.
De bergketens van Kreta
Globaal gezien zijn de bergen van west naar oost op te delen in vier bergketens. De hoogste daarvan liggen op West-Kreta. Dat zijn de Lefká Óri, letterlijk witte bergen, en de Ídi-bergen of de Psilorítis. Diverse toppen daarvan reiken tot ver boven de 2000 meter en blijven in het voorjaar lang met sneeuw bedekt.
Maar niet daarom heten ze witte bergen. Deze naam hebben ze te danken aan het lichte gesteente waaruit ze zijn opgebouwd. De naam Kreta is verwant aan het woord krijt. Deze geweldige gebergten maken ons stil en klein. Even indrukwekkend is een tocht door de hoogvlakte van Lasíthi ten noorden van het Díkti-gebergte. Hier staan vele windmolentjes verspreid over de vlakte. Ze zijn van Venetiaanse oorsprong en zorgen sinds eeuwen voor de bevloeiing van de akkers. Over akkers gesproken, de boeiende laagvlakte van Messará in het zuiden, langs de gelijknamige baai, is een vruchtbare streek die ook wel de korenschuur van Kreta genoemd wordt.
De bergen beschikken over vele, indrukwekkende kloven. De begroeiing ervan is veelal uniek. Sommige van deze kloven zijn toegankelijk. Er worden excursies aangeboden die een interessante tocht door deze kloven, onder begeleiding van een ervaren gids, mogelijk maken.

Flora en fauna
De bloeiperiodes van de vele bloemen zijn in Griekenland, ook op Kreta, verdeeld over de jaargetijden. In het voorjaar breken de kleuren los. In het bos, op de berghellingen en langs de wegen. Teveel soorten om op te noemen, anemonen, orchideeën, narcissen, bougainvilles, oleanders, sinaasappelbomen, mandarijnen, enzovoorts. Zoals overal in het Middellandse Zeegebied trekken de olijfbomen de aandacht met hun fraaie en grillige lijnen, gaten en draaiingen in de stammen. Op Kreta leeft de kri-kri in het wild. Dit is een soort
steenbok. Er zijn deskundigen die zeggen dat het verwilderde geiten zijn. Hoe dan ook, tegenwoordig zijn het beschermde dieren. Speciaal om deze dieren voor uitsterven te behoeden is het gebied rondom de Samária-kloof tot Nationaal Park verklaard. De Kretenzers zijn een eigenzinnig volk, koppig, ronduit en trouw. Volop Griek met de Grieken, maar alleréérst Kretenzer.
Nu zal dat in de dichter bevolkte gebieden misschien minder opvallend zijn, maar wie een tocht door de stille dorpen in de bergen maakt, zal daar vast iets van proeven. Voor een Kretenzer is het een eer een gast, xènos, in huis te hebben. Het is veelzeggend dat het woord xènos zowel vreemdeling, als gast betekent. Een xènos wordt van alles en nog wat aangeboden, zeker ook rakí, een inheemse, zeer sterke borrel.




