De provincie Chania West Kreta

Vakantie Kreta, vakantie Griekenland

 De provincie Chaniá kenmerkt zich door de woeste en indrukwekkende natuur. De Lefká Óri bergen vormen de trotse hoogte van het eiland. Door de hele geschiedenis heen was dit een goede schuilplaats voor onder andere bandieten, vrijheidsstrijders tijdens de Turkse bezetting en verzetshelden in de Tweede Wereldoorlog. Hoge bergen en diepe kloven beheersen het landschap. Hier bevinden zich de bekende kloven van Ímbros, Samária en Agía Iríni. Men hoeft echter geen fanatieke natuurliefhebber te zijn om zich te laten imponeren door dit overweldigende natuurschoon.
 
 Dit deel van Kreta heeft misschien minder spectaculaire opgravingen te tonen dan het oostelijk deel, toch was er in het verre verleden wel sprake van enige importantie. Dit is op sommige plaatsen dan ook wel terug te vinden.
De hele kust van de provincie Chaniá wordt gevormd door langgerekte fijnzandstranden. De golven lokken voor een duik in het verfrissende water. Op veel van deze stranden zijn parasols en bedjes te huur en kan men terecht in een van de strandtenten voor een smakelijke lunch of een drankje. West-Kreta heeft zich geleidelijker ontwikkeld dan de oostelijke helft. Hierdoor is het ondanks de toenemende stroom toeristen, goed toeven. De dorpen aan de kust hebben zich rond de kustweg gevormd en bieden volop keuze aan winkels van allerlei aard, tavernes en barretjes. De kust biedt volop vertier en nog geen kilometer vanaf de kust is men in de rust van weleer. In de dorpen landinwaarts verzamelen de mannen zich nog steeds op de plateía en verwelkomen de bezoeker met een rakí.

       

 Ontdekkingstocht naar het westen
Vanuit Chaniá-stad voert de kustweg als vanzelf langs de plaatsen Ágios Apóstoli, Chrysí Aktí, Kalamáki en Agía Marína om uiteindelijk via Kolymbári uit te komen in de havenplaats Kastélli Kissamou, door de Kretenzers eenvoudig Kastélli genoemd. Vanaf hier vertrekken diverse veerboten naar verschillende Griekse eilanden. Kastélli of Kíssamos was in de Romeinse tijd al een stad en destijds de havenplaats van de antieke stad Polirrinía. Tot op de dag van vandaag worden in Kíssamos opgravingen gedaan. Vanuit de haven kan men met een bootje naar Gramvóusa. Dit is een schiereiland met aan de punt het gelijknamige eilandje en het eilandje Agria Gramvóusa. Het schiereiland en de voor de kust liggende eilanden hebben nagenoeg geen bewoners. Op het zuidelijkste eiland Gramvóusa is een groot, en in het verleden onneembaar gebleken, fort dat de Venetianen hier hebben gebouwd om zeerovers, die hier hun basis hadden, van het eiland weg te houden.
Zeven kilometer landinwaarts liggen de ruïnes van de oude stad Polirrinía, ooit de belangrijkste stad van Kreta. De tweede havenplaats van Polirrinía was Falássarna, in vroeger tijden een belangrijk handels- en scheepvaartcentrum. Er zijn nog diverse resten van de oude stad uit de 5e en 4e eeuw v.Chr. te zien. Er is onder andere een uit steen gehouwen troon te zien, waarvan niemand de herkomst en leeftijd weet. Tevens is Falássarna bekend vanwege het schitterende strand. Men zegt wel het mooiste van heel Kreta. De baaitjes met fijnzandstranden strekken zich uit langs het helderblauwe water.

In het binnenland ligt de bergengte van Topólia beginnend bij het gelijknamige dorp. Een schitterend natuurgebied van ongeveer 1500 meter lang. De rotswanden die de kloof omzomen bereiken op sommige plaatsen wel een hoogte van 300 meter en zijn rijkelijk begroeid.



De westkust
Langs de westkust zijn verder geen plaatsen van grote betekenis. Wel treft men er de typisch Griekse sfeer en veel van deze dorpen hebben een kerkje met vaak resten van prachtige fresco's. Het Griekenland van jaren terug ligt hier voor het oprapen.
Bijna op het uiterste puntje van deze westkust ligt het klooster van Chrissoskalítissa. Het stamt uit 1900 en heeft een spectaculair mooie ligging op de rotsen boven de zee. Het verhaal zegt dat de meer dan honderd treden tellende trap van goud is gemaakt. Het goud is echter alleen zichtbaar voor wie zonder zonden door het leven gaat.
Wat wel voor een ieder zichtbaar is, zijn de goudkleurige zandstranden van Elafoníssi, slechts enkele kilometers verderop. Het eilandje ligt op korte afstand van de kust en het water is hier zo ondiep, dat men er lopend door het lage water kan komen.

1. Chrysí Aktí - Ágios Apóstoli
2. Kalamáki
3. Káto Stalós
4. Agía Marína
 5. Plataniás
6. Kolymbári
7. Klooster Gònias
8. Rodopóu
9. Kastélli
10. Gramvóusa
11. Polirínia
12. Falássarna
13. Chrissoskallítissa
14. Elafoníssi
15. Paleochóra
16. Samária-kloof
17. Agía Roumèli
18. Sfákia
19. Ímbros-kloof
20. Akrotíri
21. Kándanos
22. Voukoliès
23. Witte Bergen
24. Agía Iríni-kloof

 Ten oosten en zuiden van Chaniá-stad
Direct ten oosten van Chaniá-stad ligt het schiereiland Akrotíri. Op dit schiereiland bevinden zich drie kloosters. Het Agía Triáda klooster dat in de 17e eeuw door twee tot het Grieks-orthodoxe geloof bekeerde Venetianen in de heuvels is gebouwd. Het tweede interessante klooster is het nog oudere Gouvernèto-klooster uit de 16e eeuw. Op het terrein van het klooster bevindt zich een kapel met daarin de oudste, bewaard gebleven fresco's van Kreta. Beide kloosters worden nog steeds bewoond door een handjevol monniken. Het derde klooster, Moni Kathólikou, is helaas verlaten en is slechts een spookverschijning. Het klooster lijkt zo uit de rotsen gegroeid te zijn. Het is overigens alleen te voet te bereiken.
Op Akrotíri is tevens het graf te vinden van de volksheld Elefthérios Venizèlos, die een grote rol speelde bij de opstand tegen de Turken in 1905. In 1910 was hij de eerste Griekse president.

 Verder naar het oosten
Aan de Golf van Sóuda liggen diverse baaien en dorpen. Het uitzicht is continue anders en iedere keer weer even prachtig. Niet voor niets werd hier in de jaren '60 de kaskraker Zorba de Griek opgenomen. In het dorpje Pláka, waar de camera's voornamelijk draaiden, is de rust inmiddels weer helemaal teruggekeerd en zijn de bewoners het allang vergeten. Even voor Pláka ligt Kalíves. Een dorp in opkomst met een gezellige bedrijvigheid zonder dat het de authentieke sfeer is kwijtgeraakt. Het strand is ook hier prachtig en de tavernes op het strand maken het ultieme genot compleet. Nog voor Kalíves bevond zich ooit de stad Áptera, gebouwd in de 7e eeuw v.Chr. Het was lange periode een belangrijke handelsstad en een welvarende plaats met de grootste bloei in de 2e eeuw v.Chr. In 823 n.Chr. werd de stad geheel verwoest door de Saracenen en is daarna nooit meer opgebouwd. Er zijn hier restanten te zien van een tempel ter ere van Demeter uit de 1e eeuw v.Chr. Tevens zijn er overblijfselen van een theater, indrukwekkende stadsmuren en koepelreservoirs.

       

 Een paar kilometer landinwaarts ligt Vámos. Om dit dorp te bereiken is het noodzakelijk de weg naar Exópoli te nemen. Dit is een typisch Grieks bergdorp met een netwerk aan kronkelwegen. Onderweg nog een redelijk grote kerk passerend, klimt de weg gestaag naar het hoger gelegen Vámos. In de 19e eeuw was Vámos de hoofdstad van de prefectuur Sfakiá. Dat is in het tegenwoordige dorp nog steeds te zien. Het volgende dorp op de route is Georgióupoli. Ondanks dat deze plaats inmiddels ontdekt is, heeft het zijn gemoedelijke karakter weten te bewaren. De tavernes hebben zich rond het dorpsplein verzameld en liggen in de schaduw van Eucalyptusbomen, naar men zegt geplant door Prins George, naar wie de plaats ook genoemd is. Dit om de muggen te verjagen met hun specifieke geur. Op het schitterende zandstrand bevinden zich enkele bronnen. Vanaf Georgióupoli gaat een weg landinwaarts die uitkomt bij het enige zoetwatermeer van Kreta, Lake Kournás, aan de voet van de Lefká Óri. Door de ligging lijkt het dat de kleuren van het water steeds veranderen van lichtgroen tot diepblauw. De Grieken brengen hier graag hun zondag door. Men kan het meer verkennen met een waterfiets of een kano. 


Terug naar het begin van de pagina