Combinatie van bergen en zee

Op de landkaart lijkt Pílion wel een beetje op de Italiaanse laars in het klein. In het noorden aan de oostkust rijdt men het gebied binnen via de hoofdstad Vólos. Deze stad behoort met 150.000 inwoners tot de grootste steden van Griekenland.
De hoofdstad kon op geen mooiere plaats ontstaan; een haven aan de spiegelgladde baai van de Pagasitische Golf. Vanuit Vólos vertrekken dagelijks boten naar vele andere plaatsen, onder andere de Sporaden. De stad heeft een archeologisch museum. Aangezien Pílion al duizenden jaren bewoond is, is hier heel veel aan oudheidkundige vondsten te bewonderen. Het centrum heeft veel winkels en er is bijna iedere dag markt, waarbij de marktkooplui met prachtige kreten hun verse vis, groenten en kleding aanprijzen. De boulevard met de vele terrasjes, tsipouradika en tavernes wordt het hele jaar door druk bezocht om te slenteren, de vertrekkende boten te bekijken of te genieten van een tsipouro. Dit is de lokale drank van deze streek en is te vergelijken met de anijsdrank ouzo, met een iets hoger alcoholgehalte. Wanneer men een tsipouro bestelt, wordt daar traditioneel een bordje met kleine hapjes, de mezedes, bij geserveerd. Deze hapjes bestaan uit olijven, stukjes tomaat, tzatziki, octopus, et cetera. Vaak is het zo dat, bij elke tsipouro die daarna besteld wordt, er betere hapjes gebracht worden.

De berg Pílio en de dorpen
Zodra men de stad achter zich laat, rijdt men het rustige, natuurrijke schiereiland op. Vanuit Vólos voert de weg al gauw omhoog richting de Pílio-berg en wordt het een panoramische klim. Schilderachtig liggen de dorpen Makrinítsa en Portariá op de berghelling in het zonnetje. Makrinítsa trakteert de bezoeker op een prachtig uitzicht. Het dorp wordt ook wel het balkon van Pílion genoemd. Een rake aanduiding voor een dorp dat op een hoogte van 600 meter aan de rand van een ijzingwekkende afgrond ligt. Vanaf het dorpsplein met de grote platanen is de stad Vólos, de gehele baai van de Pagasitische Golf en het zich aan de overkant uitstrekkende vasteland te overzien. Makrinítsa was vroeger de hoofdstad van al die vierentwintig onafhankelijke dorpen ten tijde van de Turkse overheersing. Opvallend in het dorp zijn de zogenoemde herenhuizen of archontiká. De rijkdom van de oorspronkelijke bewoners straalt daarvan af. Interessant is het Volkenkundig Museum dat een goed beeld geeft van de levenswijze van vroeger in Pílion. De weg vanuit Makrinítsa naar het oosten van Pílion, voert over het Pílion-gebergte, dat bedekt is met vele beuken- en kastanjebomen. Op een hoogte van 1200 meter ligt het plaatsje Chània met iets verderop, op 1530 meter hoogte, het skicentrum Agriólefkes. In de winter kan hier een dik pak sneeuw liggen. Het uitzicht vanaf deze plek is schitterend; aan de ene kant de Pagasitische Golf en aan de andere kant de Egeïsche Zee. Bij helder weer ziet men zelfs Áthos liggen, de Heilige Berg van Chalkidikí in Noord-Griekenland.

In het oosten van Pílion verandert de natuur. De hellingen worden steiler en de kastanje- en dennenbomen maken plaats voor olijfbomen en fruitbomen zoals appels, peren en vijgen. Hier in het noordoosten ligt Zagorá, één van de oudste van deze vierentwintig dorpen. Het zou, maar dan met andere benamingen, al voorkomen in oude Griekse drama's. Tijdens de Turkse overheersing was het één van de welvarendste, dat vooral te danken was aan de katoen- en zijdeproductie. Met eigen schepen brachten de Zagoranen hun
producten naar verre oorden. De rijke kooplieden investeerden hun grote winsten dikwijls niet alleen in hun bedrijf, ook besteedden velen van hen geld om er scholen, bibliotheken en gezondheidsinstellingen ter wille van hun dorpsgenoten van te laten bouwen. Tegenwoordig bezit de bijna 250 jaar oude bibliotheek in Zagorá vele manuscripten van grote historische waarde. Ook de drie oude kerken met hun bijzondere iconostasen zijn een bezichtiging waard. Tijdens de route naar het zuiden wordt duidelijk hoe bosrijk en groen Pílion is. In de winter en gedurende de zomermaanden zijn hier menige watervallen te bewonderen. De markeringspalen langs de weg duiden er op dat bij strenge winters de sneeuw meters dik kan zijn. Kleine zijwegen leiden naar prachtige baaien omringd door rotsen. Aan de vele zand- en kiezelstranden is het water van de Egeïsche Zee kristalhelder. Er zijn hier mooie stranden, zoals die van Ágios Ioànnis, Pàpa Neró, Milopótamos en Fakístra.
In de omgeving van de stranden Milopótamos en Fákístra ligt op 500 meter hoogte het dorp Tsagaráda, dat mooi uitzicht betekent. Vanuit het dorp heeft men een schitterend uitzicht over de Egeïsche Zee. Door de kleine bergstromen, de stenen bruggen, pleinen, kerkjes en oude huizen is dit dorp een bijna sprookjesachtig tafereel. In voorjaar en zomer is er een grote verscheidenheid aan bloemen op de hellingen en in de tuinen. Op het dorpsplein staat de grootste bezienswaardigheid van het dorp, de oudste plataan van Pílion. Deze plataan is meer dan 1000 jaar oud. De takken van deze boom hebben zo'n enorme omvang dat de boom zelf niet meer bij machte is ze te dragen. Men heeft er daarom een zuil onder gemetseld.
In het binnenland ligt tegen groen beboste berghellingen Miliès, één van de belangrijkste dorpen van Pílion. Vanuit de 250 jaar oude kerk op het dorpsplein begon hier de opstand van de bewoners uit Pílion tegen de Turken. Deze kerk is nog steeds beroemd om de mooie fresco's en heeft de beste akoestiek van alle kerken in Pílion. Dit dorp is ook het eindpunt van de 100 jaar geleden aangelegde spoorlijn Vólos - Miliès. Drie kilometer verderop ligt Vizítsa, één van de mooiste dorpen uit deze streek. Het dorp bestaat uit prachtige herenhuizen, archontiká, en schilderachtige straatjes en is bij een dorpenrondgang door Pílion een aanrader
De kustplaatsjes aan de Pagasitische Golf
De zee aan de westkant van Pílion is de Golf van Pagasitikós. Doordat de Golf min of meer ingesloten ligt, met het vasteland aan de ene kant en het schiereiland aan de andere kant, is de zee hier rustig. Het landschap wordt hier, met name vanaf het dorp Áno Lechònia tot de kustplaats Áfissos, overheerst door het beeld van de vele fruitbomen. Overal aan de kant van de weg zijn kraampjes waar verse sinaasappels, peren, appels, kersen en overheerlijke nectarines te koop aangeboden worden.
Pílion is vandaag de dag nog steeds een gebied vanwaar veel fruit naar allerlei streken in Griekenland en het buitenland wordt geëxporteerd. In de eerste zomermaanden staan de boeren op wiebelende trapjes de vruchten uit de bomen te plukken. Vervolgens worden ze in kratten met hun open bestelwagentjes naar andere bestemmingen gebracht. Wie zich in deze maanden op de kustweg met de vele bochten bevindt, leert al snel het rustige Griekse tempo te accepteren. De volgeladen fruitwagentjes rijden met een slakkengang en inhalen is er op deze wegen echt niet bij.
Naast fruitbomen is deze streek ook rijk aan diverse bloemen. De dorpen Káto en Áno Lechónia worden wel de bloemendorpen van Pílion genoemd. Hier komen de prachtige kleuren van de talrijke gardenia's, hortensia's en camelia's tegen de witte stenen huisjes goed tot hun recht.
Aan de westkust heerst een heel andere sfeer dan aan de rotsachtige oostkust. Hier liggen de mooie dorpen vlak aan zee. De gezellige, kleine kades en haventjes met de traditionele tavernes en terrasjes ontbreken hier niet. Bij ieder dorp bevinden zich wel één of meerdere stranden. We noemen hier slechts de geleidelijk in zee aflopende stranden van Kalá Nerá en Korópi. Ook de stranden bij Áfissos zijn geliefde plekken. Aan de gehele kust zijn tal van verscholen, kleine stranden, waar altijd een rustig plekje te vinden is. Verder naar het zuiden zijn nog meer pittoreske kustplaatsen. De weg die hier heen voert, gaat eerst landinwaarts en daarna komt de kust weer in zicht. 'Mooi' is eigenlijk een onderschatting voor deze omgeving. De vaak kale, glooiende hellingen staan in groot contrast met de ruig beboste Pílion-berg. Aan de kust liggen o.a. de twee havendorpjes Chórto en Milína. In Chórto, de kleinste van de twee, heerst aan de kleine kade een sfeer van vervlogen tijden. Bij Milína treft men iets meer bedrijvigheid. Door het opkomend toerisme zijn er verschillende restaurants en winkels aan de kade gevestigd. Dit dorp heeft toch nog veel van de oude sfeer behouden. Wat deze twee dorpen bovendien aantrekkelijk maakt, is de ligging van het kleine eiland Alàtas en nog een aantal kleinere eilandjes vlak voor de kust. De vele bootjes op het strand van Milína liggen er niet alleen voor de vissende dorpelingen, maar ook voor diegenen, die graag een tocht over het water willen maken. Er zijn talrijke stille stranden, grotten en oude kloosters. Goede redenen om zo'n bootje te huren. Ook zegt men dat de zon nergens zo kleurrijk ondergaat als hier.




